Ongeval met ladder

Een werknemer valt van een ladder bij het ophangen van beveiligingsnetten op een bouwproject. Hij loopt daarbij dusdanig hersenletsel op dat hij daaraan later overlijdt. De rechtbank veroordeelt de werkgever tot een geldboete van € 70.000,–

Het slachtoffer was als hoofdmonteur werkzaam bij werkgever en was op 8 juni 2017 met zijn collega in Amsterdam om aldaar valnetten aan te brengen bij een bouwproject. De telescoophoogwerker die door de werkgever was gehuurd voor deze werkzaamheden was onbruikbaar op deze locatie. De door de uitvoerder als alternatief aangeboden schaarhoogwerker was niet beschikbaar. Het slachtoffer is de netten toen gaan ophangen met gebruikmaking van een ladder. Terwijl het slachtoffer met de netten bezig was, is zijn voet van de negende of tiende sport van de ladder weggegleden en is hij ten val gekomen. Hij is zwaargewond in het ziekenhuis opgenomen en is, nadat het aanvankelijk beter met hem leek te gaan, een paar dagen later overleden.

Ladder niet bedoeld voor ophangen veiligheidsnetten

De ladder die gebruikt werd, was slechts bedoeld voor lichte, kortstondige werkzaamheden.
Uit de RI&E blijkt dat er sprake kan zijn van een grote krachtsuitoefening bij het bevestigen of loshalen van veiligheidsnetten. Dit wordt bevestigd door een collega-getuige die verklaart dat kracht moet worden gezet om het net omhoog te trekken waarbij beide handen los zijn van de ladder. De ladder is dus niet gebruikt waarvoor die bestemd was.
Het slachtoffer stond op negende of tiende sport van de ladder om het net op spanning te trekken, waarbij het slachtoffer het touw om het net aan te trekken om zijn handen had en zijn beide handen dus los waren van de ladder. De collega verklaart verder dat dit de gebruikelijke manier van werken is voor de werkzaamheden die ze verrichtten en dat het met een ladder gebeurt als er geen hoogwerker is. Hij ziet de monteurs dit altijd zo doen en de ladder wordt in twintig procent van de gevallen gebruikt voor het verrichten van deze werkzaamheden.

RI&E

De risico’s van het werken met een ladder als arbeidsmiddel was niet in de RI&E opgenomen. De werkgever had de werknemers moeten inlichten over de gevaren van het werken met een ladder, maar dit is niet gebeurd. Het slachtoffer heeft nog contact gehad met de contactpersoon (voor oplossen problemen op bouwterrein) van de werkgever. Deze contactpersoon verklaarde dat het slachtoffer hem meldde dat hij de telescoophoogwerker niet kon gebruiken op de werkvloer. Deze mededeling overviel hem, maar desondanks heeft hij niet ingegrepen toen het slachtoffer hem zei dat hij alsnog twee netten ging ophangen. Uit de verklaring van collega-getuige volgt ook dat het slachtoffer zich na het gesprek met de contactpersoon kennelijk vrij voelde om de veiligheidsnetten vanaf de ladder te gaan ophangen.

Controle op naleving instructies

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een actieve rol van werkgever noodzakelijk was toen het slachtoffer contact opnam met de contactpersoon over de onbruikbaarheid van de hoogwerker en de aankondiging alsnog twee netten op te gaan hangen. Nu de contactpersoon niet heeft ingegrepen, heeft de werkgever niet afdoende toegezien op de naleving van de instructies en voorschriften gericht op het voorkomen van de risico’s van de werkzaamheden.
De werkgever heeft het slachtoffer een ladder als arbeidsmiddel laten gebruiken terwijl deze daar niet voor bestemd was waardoor het slachtoffer een onveilige werkmethode heeft toegepast, zonder enige bescherming tegen de risico’s die daarvan uitgingen. Daarnaast heeft de werkgever niet schriftelijk vastgelegd welke risico’s werkzaamheden met een ladder als arbeidsmiddel met zich mee brachten. Ook zijn de werknemers niet doeltreffend ingelicht over deze risico’s en is er niet nagezien op de naleving van de instructies en voorschriften gericht op het voorkomen van die risico’s. Het is de combinatie van al de ten laste gelegde omstandigheden tezamen die maakt dat de werkgever zozeer tekort is geschoten dat het ongeval heeft kunnen plaatsvinden.

Boete

De rechtbank is van oordeel dat de werkgever daarbij heeft gehandeld in strijd met artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 70.000,– waarvan € 35.000,– voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

Bekijk de uitspraak