Ter hoogte van Cuijk overspant een markante spoorbrug de Maas. Deze militaire vakwerkbrug van het Callender Hamiltontype omvat drie delen, waarvan twee de Maas en één de naastgelegen uiterwaard overspant. Naast de spoorbrug wordt momenteel gewerkt aan een fietsbrug. Opmerkelijk aan deze brug is de onderliggende draagconstructie waarvan de pijlers lijken te spotten met de zwaartekracht.
De fiets-voetgangersbrug komt op slechts 20 meter van de spoorbrug te liggen. Naast de 145 meter tellende hoofdoverspanning hebben de aanbruggen een totale lengte van zo’n 215 meter. De aanbruggen worden aan beide zijden ondersteund door drie pijlers en gaan over in een grondtalud die als landhoofden dienen. Hier is een rustpunt gemaakt waar de fietser kan afstappen om van het uitzicht te genieten.
Van een afstand beschouwt, vallen direct de binnenste pijlers op. Deze hellen onder een hoek van 75 graden voorover. Van de drie pijlers aan weerszijden van de brug zijn de twee schuin geplaatste pijlers met 2,49 m de dikste. De overige vier pijlers hebben een dikte van zo’n 1,20 meter en zijn 9 meter hoog, 4,5 meter breed en lopen van onder naar boven enigszins taps toe. Om de varende passant ook onder de brug zicht te geven op het omringende uiterwaardenlandschap zijn de binnenste pijlers aan waterzijde open waardoor door de pijler in het landschap kan worden gekeken. De dikke binnenste pijlers zijn aan de kopse kant halfrond uitgevoerd.
De bekisting voor deze bijzondere pijlers werd ontworpen en geleverd door NOE-Bekistingtechniek. Door de grote hoogte van de rivierpijlers zijn deze in drie storts gerealiseerd. Bij de laatste stort werd gebruikt gemaakt van een contramal om de ankers voor oplegpunten van de brug in één keer mee te kunnen storten.


