De Onderwijsinspectie heeft zorgen of op de Hogeschool Arnhem Nijmegen bij de opleiding Werktuigbouwkunde het niveau en de kwaliteit voldoende geborgd is. De HAN erkent dat hier en daar administratief niet volgens de geldende procedures is gehandeld. Alles wordt in het werk gesteld om de procedures rond toetsing en beoordeling snel volgens de voorschriften op orde te hebben. De inspectie is uitgenodigd om voor de zomer te komen kijken om vast te stellen of dit is gebeurd.
De HAN is het deels eens met de inspectie, maar op andere punten niet en vindt het oordeel ‘zorgelijk’ van de inspectie niet terecht. De borging van niveau en kwaliteit zijn volgene de Hogeschool op orde. De HAN gaat ervan uit dat de NVAO, de instantie die het kwaliteitskeurmerk (‘accreditering’) verschaft voor de nieuwe periode na 2012, op korte termijn kan bevestigen dat het met de inhoudelijke kwaliteit van de opleiding goed zit.
Achtergrond en aanleiding
Enige tijd geleden heeft staatssecretaris (OCW) Halbe Zijlstra de Onderwijsinspectie opdracht gegeven tot een landelijk onderzoek naar zogeheten alternatieve afstudeertrajecten. Hij deed dat na publicaties over de mogelijkheid tot het versneld behalen van het diploma voor studenten die al lang studeren (de zogenoemde ‘Theo-route’ bij Hogeschool InHolland).
Na een schriftelijke enquête en op basis van mediaberichten en andere signalen kwam zij behalve bij 8 andere hogescholen ook bij de HAN terecht. Zij bekeek 4 opleidingen. Bij 3 was de conclusie: op orde.
Opnieuw verantwoorden
De afstudeertrajecten die voor zoveel ophef hebben gezorgd, kent de HAN niet. De HAN wil zich op korte termijn opnieuw kunnen verantwoorden en in de gelegenheid gesteld worden om aan te tonen dat de situatie bij Werktuigbouwkunde niet zorgelijk is. De opleiding kent een relatief zware afstudeerprocedure, waarbij naast interne deskundigen steeds onafhankelijke externe deskundigen meekijken in de beoordeling.


