Nederland is op de Networked Readiness Index van het Wereld Economisch Forum gedaald van de negende naar de elfde plaats. Vooral de overheid scoort deze keer dramatisch. Zweden is volgens het forum het beste in staat om ICT-ontwikkelingen in te zetten voor zijn economische groei.
De Networked Readiness Index van het WEF geeft al tien jaar een indicatie van de ICT-prestaties van landen. Voor de index worden zakelijk klimaat, regulering, infrastructuur en dagelijks gebruik van ICT door burgers, overheid en bedrijven meegewogen.
De top-10 wordt voor de tweede keer aangevoerd door Zweden, gevolgd door Singapore. De andere Scandinavische landen doen het ook goed, met Finland op de derde plaats, Denemarken op de zevende, Noorwegen op de negende en IJsland op de zestiende. Ook Aziatische landen scoorden hoog,met Taiwan op 6, Zuid-Korea op 10 en Hongkong op positie 12. De Verenigde Staten nemen de vijfde positie in; België bezet momenteel de 23ste plaats.
Nederland is voor de vierde achtereenvolgende keer gedaald: vorig jaar ging het nog om de negende positie, nu is het door het WEF op plek 11 gezet. De hoogste positie werd in 2006-2007 gehaald: toen stond Nederland op de zesde plek. Vooral de Nederlandse ‘Government Readiness’ wordt dit keer laag door het WEF gewaardeerd. Met deze sub-index worden de visie en de prioriteiten van overheden op het gebied van ICT en mededingingsstrategie beoordeeld. Nederland eindigt hierbij slechts op de vijfendertigste plaats. Illustratief is dat de ICT niet behoort tot de onlangs door het kabinet aangewezen topsectoren.
De Nederlandse consumentenmarkt doet het beter dan het bedrijfsleven. Zakelijk komt Nederland niet verder dan een mondiale dertiende plaats, de consumenten halen het gemiddelde cijfer op door als achtste te eindigen. Dat komt vooral door het grote aantal op breedband aangesloten burgers.


