Vorige week is op verzoek van een aantal Noord-Hollandse gemeenten bij het ministerie van Economische Zaken een expert meeting gehouden over de gasopslag Bergermeer. Twee MIT-professoren zijn naar Den Haag afgereisd om hun contra-expertise over het seismische risico mondeling toe te lichten.
Minister van der Hoeven van Economische Zaken heeft als ambitie van Nederland de gasrotonde te maken van Noordwest Europa. Dit om de voorzieningszekerheid van gas ook op lange termijn te waarborgen. Gasopslagen zijn hier onderdeel van. TAQA wil in een leeg gasveld in de Bergermeer gasopslag realiseren.
Contra-expertise
TNO heeft onderzoek gedaan naar het seismische risico wanneer het veld als gasopslag in gebruik genomen zal worden. Vanuit de gemeenten bleven er echter nog steeds zorgen bestaan rondom dit vraagstuk. Economische Zaken heeft naar aanleiding daarvan een contra-expertise uit laten voeren door het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology (MIT). Het ministerie van Economische Zaken heeft een technische sessie belegd om deze contra expertise mondeling nader toe te laten lichten.
Aanwezig waren vertegenwoordigers van de gemeenten Bergen, Alkmaar en Heiloo, de provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Noorderkwartier, de stichting Gasalarm2, KNMI, TNO, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en TAQA.Het MIT schaart zich in zijn rapport achter de uitkomst van de TNO-studie dat de maximale magnitude van een aardbeving die zich tijdens de voorgestelde injectie- en productiefase van het Bergermeer veld voor zou kunnen doen niet groter is dan 3,9 op de schaal van Richter.
Drukveranderingen
Tijdens de expertmeeting is hier een toelichting op gegeven. Daarbij is aan aanwezigen uitgelegd hoe dit moet worden geduid. De kans hierop noemde het MIT ‘heel klein’. Tevens is aangegeven dat ook zonder het weer in gebruik nemen van het gasveld zich weer aardbevingen kunnen voordoen. De inschatting van MIT en KNMI is dat het seismische risico bij opslaan van gas niet toeneemt. MIT gaf aan dat de snelheid van drukveranderingen wel een rol speelt bij het mogelijk optreden van bevingen. Dit zal nadrukkelijk worden gemonitord, aldus SodM.
REACTIE:
Na de expertmeeting op 14 januari j.l. van lokale politici, ambtenaren en wetenschappers met deskundigen van MIT over de gevaren van gasopslag in de Bergermeer is het opmerkelijk stil gebleven. Gasalarm2 heeft zich tot nu toe van een reactie onthouden, omdat gewacht werd op de notulen van de door alle
aanwezigen als onafhankelijk erkende voorzitter van de expertmeeting..Nu het verschijnen daarvan kennelijk vertraagd is, wil Gasalarm2 niet langer wachten.
De pers wordt volgens Gasalarm2 te beperkt en eenzijdig geïnformeerd. Het lijkt er op dat EZ er veel aan gelegen is de beschikbare informatie gedurig van markante elementen te ontdoen, getuige zijn persbericht dat een uur na afloop van de expertmeeting werd gepubliceerd. Zo worden de risico’s gemitigeerd. Gasalarm2 is voorstander van de opslag van aardgas in leeggeproduceerde
gasvelden. In het geval van de Bergermeer geldt echter dat het veld seismisch onrustig is. Dit heeft tot nu toe geresulteerd in 4 aardbevingen, de zwaarste met een magnitude van 3,5 op de schaal van Richter. Deze laatste beving heeft geleid tot 370 schademeldingen, waarvan sommigen tussen de € 30.000 en € 40.000.
Het seismisch met de Bergermeer vergelijkbare veld in Roswinkel, Drenthe is op voordracht van de Noordelijke Provincies door de NAM gesloten. De door TNO en MIT voorziene aardbeving met een maximale kracht van 3,9 op de schaal van Richter behoeft enige nadere beschouwing. Tijdens de expertmeeting is de vraag gesteld hoe een geïnduceerde (door menselijk handelen veroorzaakte) beving, zoals die zich in de Bergermeer kan voordoen op slechts 2 km diepte, zich verhoudt tot een tektonische (natuurlijke) beving die in het algemeen op dieptes van 15 tot 20 km plaatsvindt.
Door alle aanwezige deskundigen wordt erkend dat een beving van 3,9 geïnduceerd qua gevolgen aan de oppervlakte vergeleken mag worden met een beving van 5,5 tektonisch. De gevolgen van een dergelijke beving komen dan in EMS schadeklasse VII wat vergelijkbaar is met de tektonische beving in de buurt van Roermond in 1992. De totale schade van die beving bedroeg destijds ca. Dfl 140.000.000,-.
Wat betreft de kans van voorkomen van een beving van 3,9 ofwel feitelijk 5,5 is nog wetenschappelijk overleg gaande tussen MIT en Nederlandse wetenschappers. MIT gaat vooralsnog uit van 2% in de concessieperiode van 50 jaar. De discussie spitst zich met name toe op de invloed van het in- en uitpompen van het gas. De snelheid van drukverandering is tot 20 maal hoger als destijds bij de reguliere productie. Volgens het MIT heeft de in- en uitpompsnelheid serieuze invloed op de kans op een aardbeving in het gebied. Hoeveel precies is onderwerp van nadere studie. Navrant is nog dat de dienst Staatstoezicht op de Mijnen tijdens de expertmeeting te kennen gaf de bewegingen van het veld goed te zullen monitoren, juist omdat het in zijn aardbevingsrisico afwijkt van vrijwel alle andere velden in Nederland. Monitoring heeft pas zin op het moment dat het veld als opslag in gebruik is genomen en de in- en uitstroomsnelheden op het maximale niveau zijn gebracht. Mogelijk leidt het tot interessante wetenschappelijke uitkomsten. Met de burgers van Bergen en Alkmaar als proefdieren.
Tot slot, desgevraagd verklaarde professor Hager van MIT, dat wanneer alternatieve velden beschikbaar zijn zonder de risico’s die aan de Bergermeer kleven, de keus voor zo’n alternatief veld ‘obvious’ zou zijn. Tot op heden heeft EZ alternatievenonderzoek van de hand gewezen.
Stichting Gasalarm2


