MSc. K. (Kartik) Kumar, die vorig jaar afstudeerde in de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, heeft van NWO een subsidie toegekend gekregen uit het programma Mozaïek voor jonge, talentvolle allochtone afgestudeerden. Hij kan met deze subsidie ter waarde van 200.000 euro, vier jaar lang een promotieonderzoek uitvoeren. In 2006 zijn een mysterieuze blauwe ring en een […]
MSc. K. (Kartik) Kumar, die vorig jaar afstudeerde in de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, heeft van NWO een subsidie toegekend gekregen uit het programma Mozaïek voor jonge, talentvolle allochtone afgestudeerden. Hij kan met deze subsidie ter waarde van 200.000 euro, vier jaar lang een promotieonderzoek uitvoeren.
In 2006 zijn een mysterieuze blauwe ring en een maan in een vreemde baan ontdekt rond Uranus. Door de interactie tussen de ringdeeltjes en de maan te modelleren, zal Kumar onderzoeken welke fysische effecten deze fenomenen verklaren. In december 2008 ontving Kumar al een prijs van NVvL (Nederlandse Vereniging voor Luchtvaarttechniek) voor zijn afstudeerverslag “Weak Capture and the Weak Stability Boundary”. De studieprijzencommisie was onder de indruk van de kwaliteit en de diepgang van zijn verslag, dat tot de beste van de TU Delft in 2008 werd gekozen.
Ambitieuze jonge wetenschappers
Kumar en 39 anderen werden geselecteerd uit 114 studenten en afgestudeerden die reageerden op een oproep voor onderzoeksideeën. De 43 beste kandidaten mochten bij NWO workshops volgen en hun onderzoeksideeën verder uitwerken. Vervolgens mochten zij hun uitgewerkte aanvraag presenteren voor een vakkundige beoordelingscommissie.
Met Mozaïek wil NWO meer afgestudeerden uit minderheidsgroepen laten instromen in de wetenschap. NWO hoopt dat de succesvolle kandidaten ook op de lange termijn actief zullen blijven in de Nederlandse wetenschap en dat ze daar een voorbeeldfunctie zullen vervullen.
Meer over het ondezoek
De vier grote planeten in ons zonnestelsel (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) hebben ringen waarvan een aantal met een kleine telescoop geobserveerd kunnen worden. De planetaire ringen rond Saturnus werden reeds in 1610 gezien als flanken door Galileo Galilei terwijl Christiaan Huygens in 1655 dankzij het gebruik van betere telescopen suggereerde dat er een ring rond de planeet was. Sindsdien is het bestaan van ringen rond Jupiter, Uranus en Neptunus ook vastgesteld, en hebben talloze astronomen pogingen gewaagd om de aard van deze ringen te bepalen. In 1977 werden de ringen rond Uranus waargenomen met stellaire occulatietechnieken, in 1986 werden de ringen van dichtbij waargenomen door Voyager II, en meer recentelijke zijn de ringen waargenomen met de Hubble Space Telescope en de Keck Telescope.
De eigenschappen van de ringen rond Uranus worden nog niet goed begrepen. Deze ringen zijn veel dynamischer dan die van de andere reuzenplaneten. Verder is recentelijk vastgesteld dat er zich om Uranus ook een zgn. blauwe stofring, de mu-ring, bevindt. Dit is vrij uniek want de meeste planetaire ringen zijn rood. Het Uranusmaantje Mab draait net binnen de mu-ring en momenteel wordt er verondersteld dat het materiaal in de mu ring afkomstig is van Mab. De mu-ring is pas de tweede blauwe ring die ontdekt is: de eerste is de E-ring van Saturnus welke wordt gevormd door ijsvulkanen op de maan Enceladus. Mab wordt te klein geacht voor vulkanisme, zodat de verwachting is dat het materiaal in de mu-ring zijn oorsprong vindt in kleine deeltjes die vrijkomen door micro meteoriet inslagen. Waar de grotere deeltjes naar toe gaan is momenteel onbekend. Mab vertoont chaotisch gedrag in zijn beweging rond Uranus en de oorzaak hiervan blijft ook een raadsel.
Om de hierboven beschreven situatie rond Mab te beschrijven is het de bedoeling numerieke en semi-analytische technieken te gebruiken, waarbij overeenkomsten gezocht worden met waarnemingen verricht met het Adaptive Optics systeem op de Keck Telescoop, de Hubble Space Telescope, en de Voyager II.
Meer informatie
Website Kumar: www.deos.tudelft.nl/AS/kartik