High Tech Heels

Op 29 mei wordt het congres High Tech Heels gehouden. Zeven sprekers geven die dag een volledig beeld van de kwaliteit van de keten voor Industriële Elektronica. Naast de informatie die wordt overgebracht, staan de sprekers zelf ook centraal. Het zijn namelijk allemaal vrouwen.

Op 29 mei wordt het congres High Tech Heels gehouden. Zeven sprekers geven die dag een volledig beeld van de kwaliteit van de keten voor Industriële Elektronica. Naast de informatie die wordt overgebracht, staan de sprekers zelf ook centraal. Het zijn namelijk allemaal vrouwen. Het is een statement om te benadrukken dat het heel normaal is als vrouwen werkzaam zijn in de technische sector. Bertha Verhoeven, oud-directeur van de metaalunie, is dagvoorzitter.

Verhoeven is negen jaar directeur van de Koninklijke Metaalunie geweest. Ze was ook vice-voorzitter van MKB Nederland en van oorsprong was ze directeur en mede-eigenaar van een metaalbedrijf. Ze lijkt daarmee de aangewezen persoon om een ochtend te leiden over vrouwen met technische beroepen. “Ik doe mee omdat ik het een goed idee vind vrouwen in de techniek wat zichtbaarder te maken”, zegt Verhoeven. “Ook om mensen bewust te maken dat het heel goed is om vrouwen te stimuleren de techniek in te gaan, zodat ze kansen krijgen in een bedrijf en dat er niet te makkelijk wordt gedacht dat ze het niet kunnen.” Verhoeven is er voorstander van dat er nu al op basisscholen techniek wordt gegeven. “Jongens en meisjes komen zo al vroeg in aanraking met techniek. Er ligt ook een taak voor de ouders. Als die bij hun dochter enthousiasme voor de techniek opmerken, moeten ze dat stimuleren”, vindt Verhoeven.

Spreker
Tijdens het congres wordt een overzicht gegeven van elektronicaproductie. Dat begint bij R&D en betreft ook productie en kwalificatie. Dat laatste onderwerp neemt Simone Tobar van ASML voor haar rekening. “Vrouwen tellen net zo goed mee in de technische beroepen”, zegt Tobar. “Het beeld wordt vaak geschetst dat vrouwen vooral werken op administratie, communicatie, logistiek en inkoop. Dat is een beeld waar wij van af willen. Vrouwen kunnen net zo goed in de techniek functioneren. We willen laten zien dat wij er ook zijn”, zegt ze. Toch is het ingesleten beeld over vrouwen in de techniek niet helemaal onjuist. Bij ASML wereldwijd is zo’n elf procent van het personeel vrouw. En minstens vijftig procent daarvan werkt op ondersteunende functies. Jojanneke Strijbos van ASML Communicatie merkt dat jongens vaak een realistischer beeld bij techniek hebben dan meisjes. “We hebben veel overleg met scholen, van basisscholen tot universiteiten. Ik heb het idee dat meisjes bij techniek al snel denken aan iemand met een schroevendraaier die onder een auto aan het werk is. Die hebben niet in de gaten dat er meer takken van sport zijn. We hebben met ASML het zogenaamde ASML for kids opgericht. We bieden presentaties en materiaal aan scholen. Het doel is dat leerkrachten hun leerlingen beter kunnen overbrengen wat techniek nu werkelijk inhoudt. Want op dit moment zal een leraar niet snel tegen een meisje zeggen dat werktuigbouwkunde welwat voor haar zou zijn. Dat wordt niet geassocieerd met een meisje. Wij proberen nu op verschillende lagen techniek te introduceren als een mogelijkheid voor de toekomst, voor wie dan ook”, vertelt Strijbos.

Keuze
De keuze voor een technisch beroep is voor een vrouw minder snel gemaakt dan voor een man. Maar als die beslissing eenmaal is gevallen, is het dan niet moeilijker voor een vrouw om in een mannenwereld te werken? “Bij ASML niet”, vindt Tobar. “Toen ik hier voor het eerst was misschien, keken er mensen misschien nog een beetje van op. Die moesten even de kat uit de boom kijken. Maar op de afdeling waar ik begon, zaten al vier vrouwen. Ik heb het hier altijd als heel fijn ervaren. Natuurlijk merk je wel eens wat. Mannen testen vaak even hoever ze kunnen gaan met het maken van grappen. Dat is op school zo en dat gebeurt net zo goed op het werk.”

Proces Technician
Tobar begon negen jaar geleden bij ASML als SEM operator. Tegenwoordig werkt ze als proces technician. “We hebben verschillende laboratoria en die support ik in maintenance en software. Soms worden er nieuwe producten geïntroduceerd, en wat dat aan werk met zich meebrengt, daar help ik de operators bij. Op het moment dat er storingen zijn, bellen ze mij. Als ik er niet meer uitkom, dan zal ik mijn collega’s van engineering moeten inschakelen. Als het probleem zo complex is dat ook zij er niet mee uitkomen, dan gaat het door naar de afdeling ontwikkeling”, vertelt Tobar. “Equipment support bestaat bij ons uit twee delen. We hebben proces equipment, dat is puur voor laboratoria. Daarnaast is er de fabriek.” De machines die Tobar onderhoudt, zijn ASML-machines die in dienst staan van het ontwikkel- en productieproces. “Een laboratorium is nodig om de producten van ASML te kunnen verkopen. Omdat die producten aan speciale specificaties moeten voldoen. Ook ondersteunende zaken, alles wat moet helpen om een machine op te tillen, die hijs- en hefverbindingen, ook die onderhouden we”, zegt ze. “Equipment support is puur een supportafdeling voor de hele fabriek. We onderhouden de losse tools die de ASML-machines helpen bij het realiseren van de uiteindelijke output. We hebben zeven engineers en drie proces technicians. We zitten over heel ASML, maar we richten ons vooral op manufacturing. Zelf zit ik veel in het proceslab. Daar gaat het om de laboratoriumkwalificatie en ook om het belakken van de wafer”, vertelt Tobar.

REACH
De proces technician heeft ook veel te maken met de database REACH (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen) “We halen bepaalde chemicaliën in huis en die moeten voldoen aan de EU-richtlijnen. In de database staat welke stoffen wel en niet gebruikt mogen worden. Omdat de EU de met enige regelmaat de richtlijnen aanpast, mogen stoffen die je vorig jaar nog gebruikte, dit jaar ineens de EU niet meer in. Een toeleverancier zit misschien wel in Azië, maar die mag dat product dan niet meer leveren. Daar moeten wij in sturen. Het betekent voor ons dat de ASML-machine ineens een andere lak moeten gaan gebruiken. Ik heb stoffen die ik jaren lang gebruik en die ineens niet meer mogen. Natuurlijk krijgen we wel tijd om uit te faseren. Maar je moet wel dingen uitzetten om te zorgen dat testing daar zo min mogelijk storing van heeft en dat de output nog steeds wordt gerealiseerd met dezelfde kwaliteit”, legt Tobar uit. “Dat is mijn werk. Elke dag is anders, het is heel veelzijdig werk. Heel dynamisch. Een storing kan net zo goed overdag als in de avonduren plaats hebben. We werken hier in ploegen. Vandaar dat er oproepdiensten zijn. Vaak kun je dan thuis remote inloggen en van afstand het probleem verhelpen. Maar het kan ook zijn dat ik om half elf nog weer terug naar ASML moet om het probleem te verhelpen. Dat kan dan een softwareprobleem zijn. Maar je ziet me ook regelmatig met een gereedschapskistje rondlopen. Dan zit ik onder een vloer en ben ik aan het sleutelen. Een goed voorbeeld is een defect chemicals delivery system. Vloeistof gaat door een lijn en als die lijn kapot is moet dat gemaakt worden. Vaak doen collega’s dat, maar ik help waar ik kan. Waarom zou ik één van mijn collega’s bellen als ik het zelf ook kan maken? De mannen doen veel maintenance, maar ik kijk altijd mee. Dan kun je het op een gegeven moment zelf”, merkt Tobar.

High Tech Heels – from Design to Manufacturing
Ochtendseminar, vrijdag 29 mei 2009
Croesezaal, Jaarbeurs Utrecht