Binnen TNO wordt op het gebied van nanotechnologie zowel gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe producten met speciale functionaliteiten, als onderzoek uitgevoerd naar potentiële risico’s van nanodeeltjes. Hierbij staan de risico’s op de werkvloer centraal, zowel : het meten en schatten van blootstelling aan nanodeeltjes op de werkplek, als het ontwikkelen van methoden om toxiciteit […]
Binnen TNO wordt op het gebied van nanotechnologie zowel gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe producten met speciale functionaliteiten, als onderzoek uitgevoerd naar potentiële risico’s van nanodeeltjes. Hierbij staan de risico’s op de werkvloer centraal, zowel : het meten en schatten van blootstelling aan nanodeeltjes op de werkplek, als het ontwikkelen van methoden om toxiciteit van nanodeeltjes goed te kunnen beoordelen. en het opstellen van ‘goede praktijken’.
TNO is in Europa een vooraanstaand kennisinstituut op het gebied van mogelijke gezondheidsrisico’s van nanodeeltjes op de werkplek. In het onderzoek van TNO is gekeken naar een aantal specifieke bewust geproduceerde deeltjes. Het blijkt dat tijdens werkprocessen nauwelijks meer synthetische nanodeeltjes vrijkomen dan in de achtergrond al aanwezig zijn. Bovendien gaat het dan vooral om samengeklonterde deeltjes, niet de losse deeltjes van nano-grootte.
In de eerste onderzoeken met proefdieren waarbij de situatie van werknemers op de werkvloer zoveel mogelijk is nagebootst, worden geen verergerde acute allergische symptomen waargenomen. Verder zijn in vitro screeningsmodellen zijn opgezet om verschillende nanodeeltjes snel te kunnen vergelijken op hun gevaarseigenschappen. Onderzoek naar de mogelijke langetermijneffecten bij de mens is nog niet gedaan.
Onvoldoende kennis voor algemene uitspraken
Deze eerste resultaten zijn nog niet voldoende voor algemeen geldende uitspraken over de risico’s van nanodeeltjes. Daarom is de opstelling van de SER (SER-advies, 31 maart 2009) verstandig om zolang de risico’s van nanodeeltjes nog onbekend of onzeker zijn, ze te behandelen als gevaarlijke stoffen. Dat houdt in dat het beleid en de uitvoeringsmaatregelen in die gevallen gericht moeten zijn op het voorkomen of minimaliseren van de blootstelling van werknemers aan nanodeeltjes.
TNO-betrokkenheid bij nanotechnologie en gezondheidseffecten
Internationaal is TNO betrokken bij activiteiten van de OECD en participeert in Europese programma’s op het gebied van werkerblootstelling (NANOSH en NANODEVICE waarin door TNO onderzoek wordt gedaan naar blootstelling aan nanodeeltjes door middel van het doen van metingen op werkplekken). Nationaal werken we samen met KIR-nano (RIVM), en hebben bijgedragen aan het recent verschenen rapport “Nanotechnologie in Perspectief”. In 2008 is TNO nauw betrokken geweest bij het opstellen van de strategische onderzoeks agenda van het Nederlands Nano Initiatief. In de FES High Tech Systems & Materials programma-aanvraag 2009, leidt TNO het programma ‘Human Health Risks’ op het gebied van nanomaterialen.
TNO heeft een vooraanstaande positie op het gebied van blootstelling (huid en inademing) aan gevaarlijke stoffen op de werkplek, door het ontwikkelen van blootstellingsmodellen en praktijkgerichte instrumenten (o.a. Stoffenmanager), het uitvoeren van blootstellingsonderzoeken en advisering met betrekking tot geschikte beheersmaatregelen.
Samen met gebruikers ontwikkelt TNO instrumenten voor het herkennen, prioriteren, evalueren en beheersen van risico’s waarmee het bedrijfsleven beter vorm kan geven aan een zorgvuldig gevaarlijke stoffenbeleid (ook op gebied van nano). Hierbij wordt primair aandacht besteed aan het helpen oplossen van problemen.