Zestig miljoen jaar geleden vonden in Noord-Afrika zeeschommelingen tot 75 meter plaats. Dat was het gevolg van het verschuiven van de aardplaten en de daaruit voortvloeiende toename aan CO2 in de atmosfeer. Jorinde Sprong (afdeling Geologie van de K.U.Leuven) vond de bewijzen daarvoor in afzettingslagen in Egypte en Tunesië. Jaarlijks belandt er als gevolg van […]
Zestig miljoen jaar geleden vonden in Noord-Afrika zeeschommelingen tot 75 meter plaats. Dat was het gevolg van het verschuiven van de aardplaten en de daaruit voortvloeiende toename aan CO2 in de atmosfeer. Jorinde Sprong (afdeling Geologie van de K.U.Leuven) vond de bewijzen daarvoor in afzettingslagen in Egypte en Tunesië.
Jaarlijks belandt er als gevolg van menselijke activiteit 28 miljard ton CO2 in de atmosfeer, een uitstoot die elk jaar nog met 2,5 procent toeneemt. Daardoor stijgt de temperatuur op aarde en smelt het ijs aan de polen en op Groenland. Sommige wetenschappers voorspellen dat de zeespiegel daardoor tot 5 meter kan stijgen.
Tijdens de periode die het paleoceen wordt genoemd, van 65 tot 55,5 miljoen jaar geleden, was er twee tot tien keer zo veel CO2 als nu in de atmosfeer. De overgang naar het daaropvolgende eoceen werd gekenmerkt door een – geologisch gezien – zeer snelle temperatuursstijging die zich wereldwijd liet voelen. In minder dan 10 000 jaar tijd werd het op de zuidpool vijf tot tien graden warmer. De temperatuur van het water in de diepzee steeg met zes graden.
Het staat vast dat de snelle opwarming aan de paleoceen-eoceenovergang, ook hyperthermaal genoemd, veroorzaakt werd door een plotselinge toename van CO2. Over de oorzaak van die toename wordt gediscussieerd: astronomische cycliciteit, vulkanisme of mogelijk een komeetinslag. Uit onderzoek van afzettingslagen van de zeebodem blijkt dat er mogelijk zes tot zeven hyperthermalen hebben plaatsgevonden.
Jorinde Sprong concentreerde zich op de afzettingslagen in Egypte en Tunesië. Ze onderzocht sedimenten van 60 tot 62 miljoen jaar oud. Uit het onderzoek blijkt dat zich in die periode sterke zeespiegelschommelingen hebben voorgedaan: de verschillen liepen op tot 75 meter.
Afrika lag toen zuidelijker dan nu. Het continent beweegt langzaam in de richting van Europa en die verschuiving van de aardplaten was op zich al grotendeels verantwoordelijk voor de schommelingen van de zeespiegel. Maar die zogenaamde tektonische bewegingen zorgden ook voor verhoogde vulkanische activiteit, waardoor meer CO2 in de atmosfeer terechtkwam en er een klimaatsverandering optrad. Ook die speelde mogelijk een rol bij het stijgen van de zeespiegel. De aarde had destijds 200 000 jaar nodig om de temperatuursstijging op een natuurlijke manier terug te draaien.