Discussie over doping in sport

Als afsluiter van het congres ‘Schone Sport verhuisden de deelnemers naar het LiveLab voor een levendige discussie over doping in de sport. Aanwezigen waren dagvoorzitter en oud-schaatser Marnix ten Kortenaar, Olivier de Hon van de dopingautoriteit en CDA-kamerlid Joop Atsma.

Als afsluiter van het congres ‘Schone Sport verhuisden de deelnemers naar het LiveLab voor een levendige discussie over doping in de sport. Aanwezigen waren dagvoorzitter en oud-schaatser Marnix ten Kortenaar, Olivier de Hon van de dopingautoriteit en CDA-kamerlid Joop Atsma.

“Het belang van eerlijke sport is groot”, vindt Atsma. “Er moet beter worden gecontroleerd. Al was het maar om de gezondheid van de sporters te waarborgen. We moeten doping uitbannen. Ik vind het jammer dat we nog afhankelijk zijn van het buitenland als het gaat om dopingcontrole. We zullen meer labs moeten krijgen in Nederland”, vindt het kamerlid.

Tijdens de discussie kwam Ten Kortenaar met enkele stellingen. ‘Innovatie gaat sneller bij ‘dopers’ dan bij controleurs.’ De Hon is het daar niet mee eens. “Wij houden het goed bij. We kijken niet alleen naar een lijst met de bij ons bekende middelen, maar we zoeken ook naar vergelijkbare effecten.”

Een veel gehoord argument bij dopingschandalen is dat er geknoeid zou zijn met de urinemonsters, maar Atsma wuift dit argument weg. “Als je je aan het protocol houdt, is het niet mogelijk urinemonsters te verwisselen.”

Gendoping is de toekomst van doping in sport. Hidde Haisma van Rijksuniversiteit Groningen hield daar een verhaal over. Gentherapie is al een ingeburgerde methode bij bepaalde ziektebeelden. Het voordeel boven medicatie is dat gentherapie veel langer werkt. Zodra er misbruik wordt gemaakt van deze therapie om betere prestaties op sportgebied te krijgen, is er sprake van gendoping. Een veelgemaakte fout volgens Haisma is dat gentherapie het zelfde is als genetische manipulatie. “Bij gentherapie wordt er genetisch materiaal ingebracht bij een persoon, met als gevolg dat op die plek de aanmaak van een bepaald soort eiwit toeneemt. Het is plaatselijk en tijdelijk. Er kan in principe niet zo heel veel mis mee gaan. We eten elke dag DNA, denk aan vlees of appels”, verduidelijkt Haisma.
Omdat gendoping heel lastig te traceren is, moeten er andere manieren van detectie worden gevonden. Er kan worden hierbij gedacht aan het volgen van de prestaties van een sporter. Op het moment dat de prestaties ineens afwijken, kan er sprake zijn van doping.

Een volgende stelling was: ‘Zet alle dopingergebruikers in de gevangenis’. Atsma is juist wel blij met het Nederlandse systeem. “Laat de sport de dopinggebruikers zelf straffen, dat zijn strenge straffen. De handelaars en toedieners kunnen we dan gewoon bestraffen via het strafrecht.”