Bij de besluitvorming over nieuwe infrastructuur heeft de Nederlandse overheid een veel te negatieve houding ten aanzien van de inspraakreacties van burgers en andere belanghebbenden. Lang niet alle uitingen kunnen worden weggezet als typische NIMBY-reacties (Not In My BackYard). De overheid kan er zelfs een hoop van leren. Dat stelt Jan Nederveen, die vandaag aan […]
Bij de besluitvorming over nieuwe infrastructuur heeft de Nederlandse overheid een veel te negatieve houding ten aanzien van de inspraakreacties van burgers en andere belanghebbenden. Lang niet alle uitingen kunnen worden weggezet als typische NIMBY-reacties (Not In My BackYard). De overheid kan er zelfs een hoop van leren. Dat stelt Jan Nederveen, die vandaag aan de TU Delft promoveert op dit onderwerp.
De besluitvorming over uitbreiding of aanleg van spoorwegen of snelwegen verloopt doorgaans zeer traag. Vaak wordt gesteld dat de tegenstanders van nieuwe infrastructuur alle juridische middelen gebruiken om projecten te traineren: ‘Er wordt al vijftig jaar gepraat en er gebeurt niets.’ De tegenstanders worden vaak in de NIMBY-hoek (Not In My BackYard) gezet.
Dat is niet terecht, stelt onderzoeker Jan Nederveen van de TU Delft. Hij analyseerde 51 plannen voor autosnelwegen en spoorlijnen die in de periode 1993-2001 zijn gemaakt en de daarbij behorende 33.000 inspraakreacties (voor zover die nog vindbaar waren).
Het blijkt dat insprekers ook ergens vóór kunnen zijn. Soms is dat inderdaad de oplossing die zo ver mogelijk van huis ligt, maar veel vaker is het toch de oplossing in hun achtertuin. Het is bovendien niet zo dat insprekers de overheid overvragen: niet iedereen vraagt een snelweg of spoorlijn in een tunnel. Ook de ingegraven snelweg of spoorlijn is in de meeste situaties goed genoeg. Zelfs een hoog gelegen snelweg is soms acceptabel.