Rapport TNO toxiciteit retrofit-roetfilters

Op verzoek van het ministerie van VROM hebben TNO en RIVM vergelijkend onderzoek gedaan aan drie verschillende soorten retrofit roetfilters. Tijdens een testcyclus waarbij een standaard autorit werd nagebootst zijn metingen gedaan naar deeltjes en chemische componenten, zowel naar grootte als samenstelling en concentratie. Er is tevens in vitro toxiciteitonderzoek gedaan aan veschillende type monsters […]

Op verzoek van het ministerie van VROM hebben TNO en RIVM vergelijkend onderzoek gedaan aan drie verschillende soorten retrofit roetfilters. Tijdens een testcyclus waarbij een standaard autorit werd nagebootst zijn metingen gedaan naar deeltjes en chemische componenten, zowel naar grootte als samenstelling en concentratie. Er is tevens in vitro toxiciteitonderzoek gedaan aan veschillende type monsters van de uitlaatgassen.

Onderzoek
Het onderzoek bestond uit vergelijkende metingen aan 3 voertuigen met 3 verschillende typen retrofit roetfilter. Daarnaast is ter vergelijking een voertuig met affabriek filter gemeten.
Het uitgevoerde onderzoek kan worden bestempeld als onderzoek, waarbij de koppeling is gelegd tussen emissiemetingen en in vitro onderzoek. Toch is vanwege de beschikbare tijd het aantal testvoertuigen tot een drietal beperkt. Ook in gezondheidskundig opzicht is het een onderzoek van beperkte omvang.

Conclusies
Met inachtneming van de beperkingen van het onderzoek kunnen de volgende conclusies met betrekking tot de toepassing van retrofit roetfilters op personenwagens met dieselmotor worden getrokken:

– Extra vorming van PAK door toepassing van een retrofit roetfilter is niet aangetoond. De metingen wijzen juist op een afname. De gemeten afname in emissies geldt voor vrijwel alle onderzochte chemische componenten en voor de gemiddelde oxy-PAK en nitro-PAK emissies.
– Onderzoek gericht op schadelijke effecten van de deeltjesvormige emissie voor de mens onderschrijft de meetresultaten van de chemische componenten: er is geen stijging aangetoond van reactieve organische en/of mutagene componenten, en een toename van mutaties in het bacterieel DNA is vrijwel uitgesloten.
– Er is geen stijging aangetoond van het totaal aantal deeltjes. De metingen wijzen op een afname van het totaal aantal deeltjes en een min of meer constante hoeveelheid ultrafijne deeltjes (< 100 nm), alhoewel bij 1 voertuig het aantal ultrafijne deeltjes licht toeneemt en de grootte afneemt.
– Er is geen stijging aangetoond van de NO2-emissie. De metingen wijzen juist op een afname.
– De deeltjesmassa-emissie daalde met gemiddeld 37% tijdens de MVEG cyclus (typekeuringcyclus) en ook met gemiddeld 44% tijdens de meer praktijk gerichte CADC cyclus door toepassing van het retrofit roetfilter op de onderzochte voertuigen. Hierbij wordt opgemerkt dat regeneratie van de retrofit roetfilters niet apart is onderzocht. Er bestaat een kans dat een deel van de gefilterde deeltjes op een ander tijdstip alsnog wordt uitgestoten.

Samenvattend
Samenvattend kan gesteld worden dat geen indicaties naar voren zijn gekomen dat bij toepassing van het retrofit roetfilter de toxiciteit van de uitlaatgassen zal toenemen. Op basis van dit verkennend onderzoek is voor als nog geen toename te verwachten van de negatieve effecten van dieselmotoruitstoot op de volksgezondheid door toepassing van de door VROM gesubsidieerde retrofit roetfilters.