Rotterdam moet een voorloper worden op het gebied van de onderaardse opslag van koolstofdioxide. Dat zegt Ruud Lubbers, voorzitter van het Rotterdam Climate Initiative, in een interview met het tijdschrift "DNHK markt". "Rotterdam wil uiterlijk in 2025 de kooldioxide-uitstoot met 50 procent ten opzichte van 1990 reduceren", aldus Lubbers. Hiervoor is het noodzakelijk om als […]
Rotterdam moet een voorloper worden op het gebied van de onderaardse opslag van koolstofdioxide. Dat zegt Ruud Lubbers, voorzitter van het Rotterdam Climate Initiative, in een interview met het tijdschrift "DNHK markt". "Rotterdam wil uiterlijk in 2025 de kooldioxide-uitstoot met 50 procent ten opzichte van 1990 reduceren", aldus Lubbers. Hiervoor is het noodzakelijk om als pilot area te fungeren bij de opslag van CO2 (CCS), zegt de voormalige minister-president van Nederland.
Ruud Lubbers (68), voorzitter Rotterdam Climate Initiative (RCI). (foto: Paul Christiaens)
De Rotterdamse haven kan hierbij volgens Lubbers een voortrekkersrol spelen. "Bijvoorbeeld bij de zwaveldioxide- en NOx-reductie is door de samenwerking tussen het havenbedrijf, de ondernemingen en de milieudienst grote vooruitgang geboekt. Dat alleen is echter niet voldoende." Als volgende stap moet het er volgens de RCI-voorzitter om gaan om de CO2-problematiek aan te pakken. "Daar staan wij pas aan de voet van de berg." Daarom eist Lubbers steun vanuit Den Haag en Brussel. "Ik hoop er vooral op dat Brussel voortaan de onderaardse opslag van CO2 (CCS) als emissiereductie meetelt."
Ten aanzien van het bedrijfsleven benadrukt Lubbers dat hij de groei niet wil remmen. "Maar wij moeten concepten vinden om deze groei op een duurzame wijze te realiseren. Het gaat er niet om de grootste haven te hebben, maar de modernste." Dat is volgens Lubbers die haven, die Climate Change in de praktijk brengt. Bij de opslag van CO2 kan Rotterdam nieuwe markten aanboren, meent de prominente Rotterdammer. "Ik kan mij bijvoorbeeld voorstellen dat het Roergebied een deel van zijn enorme CO2-productie ter opslag naar Rotterdam overhevelt."
Intussen groeit bij internationale ondernemingen steeds sneller de overtuiging dat duurzaam ondernemen tot de corebusiness hoort. Hieraan draagt bij dat de financiële instellingen duurzaam opererende ondernemingen betere ratings geven. "Zonder goede waarderingen kan tegenwoordig geen concern meer. De oude tegenstelling – milieu of geld – is binnen vijf jaar omgedraaid: wil je aan geld komen, dan kun je beter gaan voor duurzaamheid."