Met computers en kennis naar townships bij Johannesburg

Een paar computers zijn er wel, maar de kennis ontbreekt. Kort samengevat is dat het probleem van de basisschool in township Zithobeni en het internetcafé in de township Kwaggafontein, even boven Johannesburg in Zuid-Afrika. De Nijmeegse bètafaculteit gaat er daarom samen met KidsRights, een organisatie die opkomt voor kinderen in ontwikkelingslanden, een computerproject opstarten: ICT4kids. […]

Een paar computers zijn er wel, maar de kennis ontbreekt. Kort samengevat is dat het probleem van de basisschool in township Zithobeni en het internetcafé in de township Kwaggafontein, even boven Johannesburg in Zuid-Afrika. De Nijmeegse bètafaculteit gaat er daarom samen met KidsRights, een organisatie die opkomt voor kinderen in ontwikkelingslanden, een computerproject opstarten: ICT4kids. Bij de opening van het nieuwe Huygensgebouw op 8 mei en de open dag op 12 mei wordt in woord en beeld informatie gegeven over ICT4kids. De bètafaculteit hoopt een startbedrag van 40.000 euro binnen te halen, en nog eens eenzelfde bedrag om hier een duurzaam vervolg aan te geven.

De drijvende kracht achter ICT4kids is een snel groeiende groep enthousiaste studenten informatiekunde en informatica, samen met de stafleden prof. Theo van der Weide en Nicole el Moustakim. Ze brachten dit voorjaar een bezoek aan Zuid-Afrika om ter plaatse te overleggen wat het meest urgent is.

Drie projecten
De delegatie was onder de indruk van wat onderwijs kan betekenen voor de toekomst van kinderen. Nicole: ‘In Zuid-Afrika is bijna een hele werkende generatie verdwenen door HIV en Aids. De toekomst is aan de kinderen, maar die hebben hun ouders verloren. Ze zijn geadopteerd door een missiepost, door leerkrachten of wonen bij hun grootouders. Opleiding en computerkennis kunnen hen een toekomst bieden, en daarmee ook weer hun kinderen. Zo wordt een vicieuze cirkel doorbroken.’

De Nijmeegse betrokkenheid betreft op dit moment drie projecten:

  • de Vezulwazi Primary School, een school met ruim 1000 leerlingen in de Zithobeni Community,
  • het Tholulwazi Information Centre, een internetcafé gevestigd in de community Kwaggafontein, ongeveer 70 kilometer verderop naar het noorden,
  • de missiepost Sizanani Village, waaronder het St Joseph’s Care and Trust Centre, met een belangrijke functie voor de regio.

 

De missiepost houdt een administratie bij van de weeskinderen afkomstig uit de gehele regio. Een van de Nijmeegse studenten heeft samen met de administrateurs bekeken hoe het registratiesysteem handig kan worden opgezet, en aan de social workers een eerste cursus computer literacy gegeven. In Nijmegen werken de studenten een aantal profielformats uit tot een Patient Management System voor vergaring en verwerking van informatie.

Het tweede project betreft het opzetten van computerles op de basisschool en het trainen van docenten om dit onderwijs te verzorgen. Nicole el Moustakim: ‘De basisschool beschikt over 24 computers. Ze hebben ze vorig jaar gedoneerd gekregen, maar weten niet hoe ze die moeten gebruiken. Er zijn geen docenten die ICT-onderwijs kunnen geven.’ Daarom gaan de Nijmegenaren op zoek naar geschikt lesmateriaal voor het overdragen van computerkennis. Ze willen ter plekke docenten trainen hiermee te werken. Het gaat dan om heel basale dingen als het gebruik van MS Word, het schrijven van een briefje, het werken met e-mail en het zoeken van informatie op het internet.
‘Tijdens het verblijf hebben twee studenten de leerlingen al een eerste kennismaking met computers gegeven aan de hand van het uitbeelden van een e-mail [technodrama]. De kinderen hebben daarnaast korte briefjes geschreven naar hun schoolhoofd. Ze waren heel enthousiast, dus ze hopen er gauw terug te komen. De bedoeling is dat studenten daar later dit jaar drie weken teruggaan, onder andere om de leerkrachten te begeleiden en te ondersteunen in het lesgeven van ICT aan de schoolkinderen.’

Het derde project betreft de uitbreiding van het internetcafé. Dat vervult al een belangrijke functie voor werkloze jongeren in de regio op weg naar een baan. Niet alleen worden ze ondersteund bij het maken van hun curriculum vitae, ook worden ze opgeleid in het gebruik van ICT. Voorheen hingen de jongeren doelloos rond, ze hadden weinig perspectief, maar het volgen van de ICT-opleiding in het internetcafé biedt hun een diploma, het International Computer Driver’s License, waarmee ze binnen en buiten Zuid-Afrika in kantoorfuncties aan de slag kunnen.

Het internetcafé is, met steun van Sizanani Village, gestart door Johannes Skosana, een 24-jarige student psychologie. Met behulp van veertien pc’s die hij zelf met behulp van een aantal afgeschreven pc’s aan de praat houdt, verzorgt hij een cursusprogramma. Jongeren uit de gehele regio komen er dagelijks naar toe om les te krijgen in de basisvaardigheden van Office-programma’s. Dagelijks zijn er zes groepen jongeren die anderhalf uur les krijgen. Dat zijn dus 120 jongeren per dag die cursusleider Johannes begeleidt bij hun zoektocht naar computervaardigheden. En dat zeven dagen in de week. Er is inmiddels een wachtlijst van meer dan 200 jongeren. Daarnaast verzorgt Johannes informatiediensten zoals het typen van cv’s en het versturen van een fax. Hiermee kan Johannes zijn informatiecentrum van inkomsten voorzien. Dit informatiecentrum heeft zijn succes bewezen en wil uitbreiden. En daarvoor gaan de Nijmeegse informatici geld inzamelen. De wens is minimaal tien extra pc’s te kunnen aanschaffen en een ruimte te bouwen om klassikaal les te geven.

Diepe indruk
Theo van der Weide is getroffen door de kracht die juist ook jonge mensen in een dergelijke community hebben: ‘Deze Johannes is een zeer centrale figuur: hij zorgt er niet alleen voor dat werkloze jongeren een ICT-opleiding krijgen, hij geeft raad, zorgt dat de wezen onderdak krijgen, dat zieken naar het hospitaal op de missiepost gaan.’ De verantwoordelijkheid die deze jonge jongen draagt heeft op de Nijmegenaren diepe indruk gemaakt. El Moustakim: ‘Investeren in onderwijs aan kinderen biedt hen een toekomst. Kennis van ICT is een voorwaarde om later een baan te krijgen.’
Van der Weide vult aan: ‘Het gaat veel verder dan dat! Democracy of information geeft de mogelijkheden van een kennisdoorbraak, and democracy of communication geeft hen de kans actief lid te worden van de internationale gemeenschap. Kennis is ontwikkeling en de Nijmeegse bètafaculteit wil daar met haar kennis over ICT een bijdrage aan leveren. Het is voor ons ook een belangrijke waarde om dit project in het onderwijs te integreren en daarmee studenten bewust te maken van de noden in de wereld en ze de gelegenheid te geven om daadwerkelijk een steentje bij te dragen. ‘Breaking a vicious circle with ICT,’ is daarbij ons motto.’

Het mooie is dat de ICT-benodigdheden ook weer vanuit het onderwijs aan de bètafaculteit kunnen worden ontwikkeld. En zo snijdt het mes aan twee kanten. Studenten kunnen projecten uitvoeren en systemen bouwen waar de Zuid-Afrikaanse vrienden behoefte aan hebben. Vanuit het vak Research and Development hebben twee studenten al een eerste opzet gemaakt voor een Patient Management System voor het ziekenhuis. Een andere student is druk bezig met een website voor het hospitaal in de missiepost, gericht op het internationaal werven van fondsen. Andere studenten zijn bezig met het opstellen van een docenteninstructie en het zoeken naar geschikt lesmateriaal. En dat allemaal gekoppeld aan de lokale behoefte.

Avontuur
Bij de opening van het Huygensgebouw, het nieuwe gebouw van de Nijmeegse bètafaculteit, gaven de studenten informatie over hun project en zamelden ze geld in. Want daar is het om te doen: fondsen werven, om de duurzaamheid van het project ook na vertrek van de studenten te waarborgen. Zijn computers dan zo belangrijk in een ontwikkelingsland als Afrika? ‘Jazeker’, zegt informaticastudent Peter Toonen, ‘want in Zuid-Afrika wordt, net als hier, werken met computers steeds belangrijker. De kids in zo’n township hebben een enorme achterstand ten opzichte van kinderen uit andere gebieden. Door al op de basisschool met computers om te gaan, krijgen deze kinderen een eerlijkere kans op de arbeidsmarkt.’ Deelnemer Paul van Vlaanderen vindt dat niet idealistisch, maar ‘gewoon een stukje sociale betrokkenheid.’ Deelnemer Joris van Loveren beaamt dat: ‘Het is beter dan geld storten.’ Paul: ‘Maar natuurlijk gaan we ook een beetje voor het avontuur.’