Minister Van der Hoeven gaat dialoog aan met Point-One

Gisteren bracht Maria van der Hoeven, minister van Economische Zaken, in het kader van de 100-dagen-dialoog ‘Samen werken aan Nederland’ een werkbezoek aan het innovatieprogramma Point-One. Door het gesprek aan te gaan met ondernemers wil de minister inzicht krijgen in de manier waarop – en de mate waarin – bedrijven uit verschillende sectoren bijdragen aan […]

Gisteren bracht Maria van der Hoeven, minister van Economische Zaken, in het kader van de 100-dagen-dialoog ‘Samen werken aan Nederland’ een werkbezoek aan het innovatieprogramma Point-One. Door het gesprek aan te gaan met ondernemers wil de minister inzicht krijgen in de manier waarop – en de mate waarin – bedrijven uit verschillende sectoren bijdragen aan economische groei.

Point-One werd bezocht om een goed beeld te krijgen hoe innovatie in de veelbelovende hightech-sector in Nederland tot stand komt en op welke manier ditbijdraagt aan de Nederlandse economie.
De hightechindustrie in Nederland is in toenemende mate een netwerkindustrie. Open innovatie is het motto. De technologie is zo complex geworden dat onderzoek, ontwikkeling en productie door één enkele firma nauwelijks nog is te behappen in termen van geld, tijd en kennis. Dat houdt in dat er intensieve samenwerking plaatsvindt tussen multinationals, innovatief MKB, kennisinstellingen, onderzoeksinstituten én overheid. Het strategische innovatieprogramma Point-One richt zich op het versterken van die onderlinge samenwerking ten einde de Nederlandse hightechindustrie – op de gebieden nanoelektronica en embedded systems – uit te bouwen tot Silicon Valley-proporties.

MKB in de ‘slipstream’
Om een goed beeld te geven van de vooraanstaande positie die de Nederlandse hightech sector inneemt, kreeg de minister een veelzijdig programma voorgeschoteld. Korte presentaties, demonstraties en vooral veel ruimte voor dialoog met de betrokken partijen. Arthur van der Poel, ambassadeur van Point-One, gaf tijdens het bezoek aan dat het behouden en versterken van de ‘cutting edge’ kennisbasis in het Point-One innovatieprogramma voorop staat. Daarbij is – in tegenstelling tot wat velen verwachten – een grote rol weggelegd voor het MKB. Grote spelers nemen in hun ‘slipstream’ een omvangrijk netwerk aan kleine specialistische toeleveranciers mee om de complexe technologische producten en diensten te kunnen ontwikkelen.

Intensief programma
Het werkbezoek ging van start op de campus van ASML. Tijdens dit eerste deel van de dag stond ‘innovatiesamenwerking’ centraal. ASML laat, als fabrikant van complexe chip-productiemachines, 90% van zijn onderdelen vervaardigen door specialistische toeleveranciers. Vijf van hen presenteerden de minister hun producten in de keten, aan de hand van een opengewerkte ASML-machine. In de middag verplaatste het gezelschap zich naar High Tech Campus Eindhoven met als programmaonderdeel ‘toepassing van technologieën’. Na een dialoogsessie annex lunch bezocht Van der Hoeven het MiPlaza, de gedeelde laboratoriumfaciliteiten op de R&D-campus. MiPlaza is door Philips in het leven geroepen om de dure onderzoeksapparatuur en -expertise toegankelijk te maken voor bijvoorbeeld het MKB en zodoende open innovatie te bevorderen. Van der Hoeven sprak daar met enkele technostarters, veelbelovende MKB’ers die bezig zijn hun innovatieve producten marktwaardig te maken.

Het derde en laatste deel van het programma behelsde ‘het samenspel industrie – academia’. Daarin maakte de minister kennis met enkele projecten als treffende voorbeelden van de nauwere samenwerking tussen industrie en kennisinstellingen en werden de activiteiten van Point-One’s Academic Council toegelicht.

Ruimte voor ideeën
De minister bood gedurende de dag een luisterend oor en gaf de ondernemers en onderzoekers de ruimte ideeën aan te dragen voor een innoverend en ondernemend Nederland. Daarbij kwamen diverse Daarbij kwamen diverse knelpunten en kansen voor de hightech sector aan de orde.