Verkiezingsdebat verbroederend, maar… nog geen spijkers met koppen

Door een geringe instroom in technisch MBO, HBO en WO en door het dikwijls beschamend kennisniveau van de afgestudeerden heeft de industrie een nijpend tekort aan goed opgeleid personeel.

Vaker eensgezind dan je in verkiezingstijd zou verwachten, gingen vijf politici tijdens het Verkiezingsdebat op 1 november in op een aantal niet altijd even duidelijk geformuleerde stellingen op het grote scherm achter zich. Maar echt vuurwerk viel er niet te beluisteren, daarvoor was de sfeer te gemoedelijk.

Wel kregen vertegenwoordigers uit het mkb eindelijk eens de gelegenheid hun ongenoegen te spuien over het enorme gebrek aan technici – van goed opgeleide handwerkers tot en met het niveau HBO/WO. Volgens Loek Hermans gaat het om 50 000 onvervulbare vacatures en dat scheelt ons land een half procent aan economische groei. Een woordvoerder van ASML verklaarde per direct 200 tot 300 technici uit HBO/WO aan het werk te kunnen zetten. En Chris Taling klaagde zijn nood over het verdwijnen van de ‘ouderwetse’ MTS’er. Het gebrek speelt over de hele linie.

Niet sexy

Maar wat doe je eraan? Vanuit die prangende vraag kietelde gespreksleider Jeroen Smit de vijf politici met stellingen en suggesties. Techniek is niet sexy, zoveel is wel duidelijk. Staatssecretaris Karien van Gennip illustreerde dat aan de hand van een voorbeeld uit eigen ervaring. Toen zij begon als student natuurkunde, had zij alleen al in Delft 300 eerstejaars studiegenoten. Nu zijn er nauwelijks 300 studenten natuurkunde in heel Nederland. En dat is geen kwestie van geld, liet Loek Hermans al in zijn inleidende praatje weten. Het gaat om een andere mindset. “Hier is geen uitgekiend masterplan nodig, ’t moet van onderaf komen – bottom-up. Dat vraagt passie bij bedrijven en onderwijs.” Aan de aansluiting van het onderwijs naar het bedrijfsleven schort het een en ander. Ongeacht de politiek kleur wordt gesuggereerd dat enerzijds mensen uit het bedrijfsleven een paar uur per week voor de klas zouden moeten, en anderzijds dat mensen uit het onderwijs het bedrijfsleven beter van binneuit zouden moeten leren kennen. Een leuke suggestie van Van Gennip betreft de bezoldiging van technici. Na de vaststelling dat het moeilijk blijft zolang technici slechtworden betaald, opperde Van Gennip of het dan misschien een idee was om die salarissen eens bij te stellen. Maar de kwaliteit van het onderwijs schiet ook vaak tekort, stelt Herman Tuininga, de voorzitter van de Development Club: "De kwaliteit van HTS-opleidingen verschilt sterk van school tot school. Van sommige HTS’en kan ik de afgestudeerden echt niet gebruiken, hoe hard ik ook HTS’ers nodig heb.

Fronsen

Niet alle stellingen waren even duidelijk geformuleerd, af en toe moesten de politic na veel gefrons eerst worden bijgepraat, ondermeer over de koppeling tussen cao’s en de budgetten voor het mbo. Een ander wild idee was de herintrede van kleinschalige scholen. Weg met de grote ROC’s, klonk het, al wilde vooral Arie Slob (CU) hier niet meteen het kind met het badwater weggooien.

Enigzins pijnlijk werd het tegen het slot van de discussie, toen Instrument-leden de politici opnieuw attendeerden op de levensgevaarlijke situatie die in ziekenhuizen kan ontstaan doordat er geen of onvoldoende onderhoud wordt gepleegs aan de technische apparatuur. Al eerder is door FHI een alarmsignaal afgegeven, maar tot nog toe zonder resultaat. Het fatale ongeval in Almelo enige tijd geleden was een schrijnend voorbeeld van de risico’s die men daardoor loopt. FHI pleit daarom ook voor een soort APK voor ziekenhuisapparatuur.

Zie ook:

Kennisconcurrentiepositie Nederand in gevaar

FHI bereidt zich voor op verkiezingsdebat