De overheid ziet weinig heil in nieuwe regelgeving om risico’s van nanotechnologie te beperken.
De overheid ziet weinig heil in nieuwe regelgeving om risico’s van nanotechnologie te beperken. Nanotechnologie is ‘knutselen met moleculen’. Nieuwe materialen en ultrakleine chips en machines kunnen hier het resultaat van zijn. Toepassingen beslaan een breed terrein, van vuilwerend textiel tot implantaten, die in de toekomst wellicht doven weer kunnen laten horen, of blinden weer laten zien. Het is een wetenschappelijke en technologische ontwikkeling, waarin miljarden overheidsgeld geïnvesteerd worden. Zeer kansrijk en waarschijnlijk winstgevend, maar niet bepaald vrij van risico’s. Nederland had donderdag 19 oktober een primeur: voor het eerst discussieerden burgers en hun organisaties volop mee in een debat, waar tot op heden voornamelijk deskundigen en beleidsmakers betrokken zijn. Het symposium, waaraan een zestigtal maatschappelijke organisaties van zeer verschillende pluimage deelnam, was georganiseerd door het Platform Gezondheid en Milieu in samenwerking met de wetenschapswinkels van de bètafaculteit in Groningen.
Nanodeeltjes zijn deeltjes waarvan de doorsnee wordt gemeten in nanometers. Ze kunnen ons lichaam binnenkomen via het milieu (lucht, water, voedsel), via blootstelling op het werk, of door het gebruik van consumentenproducten of medische toepassingen. Nanodeeltjes komen in de natuur voor, maar kunnen ook ontstaan door menselijke activiteiten. Bijvoorbeeld fijn stof in dieseluitlaatgassen, en de grondstoffen carbonzwart en titaanwit. Hiervan is bekend, dat ze meer schade doen, naarmate de deeltjes kleiner zijn. Het gaat hier om niet of slecht oplosbare stoffen, die bovendien vaak een lange levensduur hebben in het milieu. Veel van deze stoffen gelden als niet giftig en mogen daarom te pas en te onpas worden gebruikt voor allerlei producten.
In het lichaam kunnen ze ontstekingsreacties oproepen. Zulke processen kunnen leiden tot longproblemen, allergieën, levensbedreigende hart- en vaatziekten, darmproblemen, zoals bijvoorbeeld de ziekte van Crohn. Omdat nanodeeltjes ook in de hersenen kunnen doordringen is het denkbaar, dat zij de kans op Alzheimer of Parkinson vergroten. Het mechanisme is vergelijkbaar met dat van veel chemische stoffen (oxidatieve stress), maar is niet zonder meer op te hangen aan de hoeveelheid stof, wel aan deeltjesgrootte en aantallen. Dat hangt waarschijnlijk samen met het grotere contactoppervlak dat vele ultrakleine deeltjes samen hebben, vergeleken met dezelfde hoeveelheid stof in minder fijn verdeelde vorm.
Daarmee is niet gezegd, dat de risico’s van nano kunnen worden gelijkgesteld aan de risico’s van ultrafijn stof. De vorm van de deeltjes is namelijk ook van belang. Juist de nieuwe materialen kunnen uit ultrakleine deeltjes bestaan met volslagen nieuwe vorm en daardoor misschien met allerlei onverwachte eigenschappen. De schadelijke eigenschappen van een stof als asbest hebben in de eerste plaats te maken met de vorm: zeer dunne en relatief lange vezels. Er bestaan nieuwe nanomaterialen, die qua vorm overeenkomen met asbest.
Regelgeving
Potentieel schadelijke nanoproducten hebben geen plaats in de regelgeving,. Die houdt immers geen rekening met oppervlakte of vorm van deeltjes. Lucas Reijnders vindt dat er voldoende aanleiding om producten met bewezen schadelijke effecten voor mens en milieu waarvan het nut twijfelachtig is te verbieden. Zoals een wasmachine, die zilverdeeltjes van nanoformaat produceert om bacteriëngroei en zweetluchtjes te bestrijden. Of zonnebrandcrème die huidkanker kan veroorzaken. Ook de vakbeweging vraagt om regels, zeker waar mensen kans lopen op beroepsmatige blootstelling. Maar Martijn Beekman, beleidsambtenaar bij VROM, ziet heel weinig in regelgeving. Regels en wetten lossen vaak niets op, zeker als ze moeilijk te handhaven zijn. Daarbij vindt hij de vakbeweging lijnrecht tegenover zich. Regels, aldus Wim van Veelen van het Bureau Beroepsziekten FNV zijn belangrijk, ook als ze overtreden worden. Werknemers kunnen zich erop beroepen en als we de regulatie aan de markt overlaten, nou dan weet je op voorhand wat je krijgt. Het resultaat zal ons niet bevallen. De milieubeweging is het hier geheel mee eens. De problemen met chemische stoffen komen niet doorteen teveel aan regels, maar door een tekort. Juist in tijden van onzekerheid over mogelijke schade door nieuwe technologieën draagt de overheid een grote verantwoordelijkheid.
Communicatie en educatie
Alle deelnemers hechten groot belang aan communicatie en educatie. Maar daar houdt de eensgezindheid op. Cees Smit van de Nederlandse Consumenten en Patiënten Federatie vindt het voldoende om te communiceren met sleutelfiguren en naar de achterban te communiceren, naarmate de behoefte daaraan groeit. De vakbeweging moet belangen van werkgelegenheid afwegen tegen gezondheid van werknemers. Wanneer moet je polderen en wanneer moet je de mensen de straat op zien te krijgen, dat is de vraag. Alex de Meijer (Milieudefensie) vond het tijdens de campagne chemische stoffen heel lastig dat je niet kunt zeggen dat stoffen schadelijk zijn, maar dat ze schadelijk zouden kunnen zijn. Daar kunnen mensen niks mee. Zijn collega van de Duitse zusterorganisatie valt hem bij: het is het beste om concrete voorbeelden te nemen, zoals de wasmachine met nanozilver. Dan kun je je boodschap aan de man brengen. Schandalen hebben we nodig, voegt Alex de Meijer eraan toe.
Maureen Butter (Platform Gezondheid en Milieu en wetenschapswinkel biologie), die deze bijeenkomst samen met collega’s van Science en Society Groningen en ex-wetenschapswinkelier Annemarie van de Vusse heeft georganiseerd, kan zich niet vinden in deze in haar ogen ouderwetse benadering. Deze dag zelf, waar een breed scala aan maatschappelijke organisaties aanwezig was bewijst immers dat burgers uitstekend kunnen discussiëren over een complex onderwerp als nanotechnologie. Ook al wisten de meesten aan het begin van de conferentie weinig tot niets van nanotechnologie, ook al is het onderwerp ingewikkeld, veelomvattend en omgeven met wetenschappelijke onzekerheden. De rijkdom en de kwaliteit van de discussie die gevoerd is bewijst het, vinft Butter. Maar het moet niet zo zijn, dat je eerst een halve studie moet doen om mee te kunnen praten. Nanotechnologie is een deel van ons leven aan het worden, burgers hebben het recht om erover mee te praten en betrokken partijen doen er goed aan om burgers te betrekken bij de maatschappelijke discussie door de informatie voor hen toegankelijk te maken. Ook kunnen ze maar beter goed luisteren naar de vragen, zorgen en aanbevelingen van burgers en hun organisaties.
Een uitvoerig verslag van de wwordt gepubliceerd op de website van het Platform Gezondheid en Milieu, www.gezondheidenmilieu.nl.