"Biologische brandstoffen zijn op korte en middellange termijn de enige beschikbare optie om de verkeersafhankelijke CO2-emissie op de meest werkzame manier te reduceren“. Dit zegt Kurt Döhmel (foto), voorzitter directie van de Deutsche Shell Holding. Döhmel sprak tijdens de businesslunch „Biogene brandstoffen“ van de Nederlands-Duitse Handelskamer op 24 april in Hamburg, waarbij 80 gasten uit het bedrijfsleven en de politiek aanwezig waren.
Hoe actueel het thema is, is te zien aan de lopende discussie over milieubescherming. Hoe zijn echter een modern emissiebeleid en een blijvende automobiliteit met elkaar te combineren? De politiek moet geschikte randvoorwaarden creëren voor toekomsttechnologieën in Duitsland, benadrukte Döhmel. Maar ook de automobiel- en energieondernemingen hebben volgens de Shell-topman een eigen verantwoordelijkheid. De coöperatie tussen regering, automobiel- en energieondernemingen is absoluut noodzakelijk voor een kostenefficiënte invoering van biologische brandstoffen.
Aan de kant van de verbruikers bestaat een positieve houding ten opzichte van biologische brandstoffen. Toch zijn weinig mensen bereid om een toeslag te betalen voor milieubescherming. Dit terwijl biologische brandstoffen niet alleen een belangrijke bijdrage leveren aan de reductie van de CO2-emissie. Hun voordeel is ook de hogere voorzieningszekerheid ten opzichte van fossiele energiebronnen. In het bijzonder de binnenlandse land- en bosbouw zou van deze nieuwe milieuvriendelijke grondstoffen kunnen profiteren. Zo kunnen nieuwe afzetmarkten ontstaan.
Duurzame energie zou in de toekomst een nog grotere rol moeten spelen, vooral in de brandstofsector. Het is echter niet voldoende om alle kaarten te zetten op de bekende, traditionele biologische brandstoffen– zoals bijvoorbeeld biologische diesel. Biologische brandstoffen van de tweede generatie, die geschikt zijn voor menging met traditionele brandstoffen, zijn net als de traditionele biologische brandstoffen uit graan of koolzaad duidelijk duurder dan benzine of aardolie. Ten opzichte van de eerste generatie ligt de CO2-uitstoot bij de nieuwe biologische brandstoffen echter tot 40 procent lager.