Veel bedrijven rond Schiphol doen niets met luchthaven

Zo’n 40% van de bedrijvigheid van distributiecentra rondom Schiphol blijkt niets met de luchthaven te maken te hebben. De overheid gebruikt dit echter wel als selectiecriterium in het vestigingsbeleid voor bedrijventerrein rond Schiphol. Dit blijkt uit het promotieonderzoek over het clusteren van distributiecentra rond luchthaven Schiphol van Pim Warffemius. Hij stelt dat eenderde van de […]

Zo’n 40% van de bedrijvigheid van distributiecentra rondom Schiphol blijkt niets met de luchthaven te maken te hebben. De overheid gebruikt dit echter wel als selectiecriterium in het vestigingsbeleid voor bedrijventerrein rond Schiphol. Dit blijkt uit het promotieonderzoek over het clusteren van distributiecentra rond luchthaven Schiphol van Pim Warffemius. Hij stelt dat eenderde van de bedrijven in een lock-in situatie zit: ze willen eigenlijk wel verhuizen, maar komen niet meer weg. Warffemius promoveert op donderdag 27 september 2007.

De luchthaven Schiphol is een zeer grote speler als vestigingsplaats voor Europese distributiecentra. Veel internationaal opererende logistieke bedrijven hebben hun Europese distributienetwerk ingericht volgens het concept van centrale Europese distributie. Ongeveer de helft van deze distributiecentra is daadwerkelijk gevestigd in Nederland: maar liefst 20% hiervan in de Schiphol-regio. De beschikbare ruimte rondom Schiphol voor de huisvesting van bedrijvigheid is echter beperkt. De overheid heeft dat gebied speciaal bestemd voor luchthavengerelateerde bedrijvigheid.

USP’s
De traditionele aanname is dat distributiebedrijven worden aangetrokken door de unique selling points van de luchthaven: het aantal (internationale) vliegbestemmingen, vliegfrequenties en overige typische luchthavenkwaliteiten. Uit het promotieonderzoek van Warffemius blijkt echter dat 40% van de distributiecentra rondom Schiphol niet-luchthavengerelateerd is. Niet de specifieke luchthavenkwaliteiten, maar de aanwezigheid van een bedrijvencluster levert in de praktijk doorslaggevende voordelen voor bedrijven op. Is er eenmaal sprake van deze zogeheten agglomeratievoordelen dan kan er een zelfversterkend groeiproces ontstaan. Dit maakt het echter bijzonder moeilijk om de effecten van voorgesteld locatiebeleid te voorspellen.

Uit het onderzoek blijkt verder dat 30% van de distributiecentra rondom Schiphol in een zogenoemde lock-in situatie is terechtgekomen met betrekking tot de bedrijfslocatie. Onder meer door toenemende verstoppingen op de weg en in de lucht en door hoge huurprijzen willen deze bedrijven eigenlijk verhuizen, maar ze doen dit niet makkelijk vanwege gedane investeringen. Van dynamiek is dan niet langer sprake.

Warffemius spreekt van quasi-onomkeerbare effecten: als de congestie in de lucht rond Schiphol toeneemt, gaan distributiecentra gemakkelijk over tot vervoer van luchtvracht over de weg. Toenemende congestie op de weg leidt echter nauwelijks tot meer gebruik van het vliegtuig. Doordat niet de typische luchthavenkwaliteiten maar agglomeratievoordelen van de grotere Schipholregio de belangrijkste vestigingsfactoren zijn, kunnen bedrijventerreinen voor alle typen distributiecentra ook heel goed elders in de regio worden ontwikkeld. Hierin ligt volgens Warffemius een deel van de oplossing.