Biodieselplant jatropha: wel duurzaam, geen wondermiddel

Tot voor kort werd de biodieselplant jatropha door velen beschouwd als een echte wonderplant. Jatropha is bestand tegen droogte en kan in schrale gebieden in de tropen worden aangeplant, wat zowel de plaatselijke economie als biodiversiteit ten goede komt. De plant leek dan ook het gedroomde ‘groene’ alternatief voor bio-energieteelten als oliepalm of soja, die een bedreiging vormen voor het milieu en de voedselzekerheid. Ze groeide al snel uit tot een wereldwijde hype.

De consternatie was dan ook groot toen begin juni een wetenschappelijk artikel verscheen waarin gezegd werd dat de teelt van jatropha helemaal niet duurzaam was. Een Nederlandse studie in het gezaghebbende tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA (PNAS) stelde dat jatropha van alle bio-energieteelten de hoogste watervoetafdruk heeft. Dat betekent dat de plant meer water nodig heeft per eenheid energie die ze produceert dan de andere gewassen.

Dat laatste blijkt nu helemaal niet te kloppen. Deze week publiceren wetenschappers van de onderzoeksgroep Bosecologie en –beheer van de K.U.Leuven een tegenargument in PNAS. Ze tonen met recente meetgegevens aan dat jatropha niet meer water gebruikt dan andere biodieselplanten.

Toch waarschuwen de Leuvense onderzoekers voor overdreven euforie. In tegenstelling tot eerdere berichten blijft de oogst van jatropha vaak ver onder de verwachtingen, zeker als ze in te droge gebieden wordt aangeplant. De plant kan dan ook geen rol van betekenis spelen bij de vervanging van fossiele brandstoffen op wereldschaal. Ze kan wel van groot nut zijn voor de ontwikkeling van lokale gemeenschappen in ontwikkelingslanden.