Buitenlands talent blijft vaak in Nederland

Technologiestichting STW, financier van toepassingsgericht technologisch onderzoek, is door haar werkwijze als geen ander in een positie om vragen te kunnen beantwoorden als: wat is het maatschappelijk en economisch rendement van wetenschappelijk onderzoek? Op welke termijn begint een wetenschappelijke doorbraak door te dringen in concrete toepassingen? Kan excellent onderzoek ook toepassingsgericht zijn? Ook in 2007 […]

Technologiestichting STW, financier van toepassingsgericht technologisch onderzoek, is door haar werkwijze als geen ander in een positie om vragen te kunnen beantwoorden als: wat is het maatschappelijk en economisch rendement van wetenschappelijk onderzoek? Op welke termijn begint een wetenschappelijke doorbraak door te dringen in concrete toepassingen? Kan excellent onderzoek ook toepassingsgericht zijn? Ook in 2007 is STW actief bezig geweest met onderzoek op deze terreinen. De weerslag van een deel van de resultaten vindt u zoals elk jaar in het Utilisatierapport.

Dit jaar heeft STW een analyse gemaakt van de populatie STW-promovendi: waar komen ze vandaan? Wat is de man/vrouw verhouding? Waar gaan ze heen, wat is hun werkkring? Het blijkt dat relatief veel STW-promovendi van buitenlandse herkomst zijn. De STW-financiering draagt bij aan talentontwikkeling en -behoud, zo blijkt: een substantieel deel van de promovendi blijft na hun promotie in Nederland werken, waarvan 40% een weg vindt naar het bedrijfsleven.

Verder heeft STW 425 projecten, gestart tussen 1992 en 2002, geanalyseerd op de zogenoemde utilisatiescore. Dat is de mate waarin wetenschappelijk onderzoek na 5, respectievelijk 10 jaar resulteert in een product dat kan worden overgedragen aan een gebruiker – dat wil zeggen iemand buiten de onderzoeksgroep die de resultaten op enigerlei wijze kan toepassen. Uit de analyse blijkt dat er relatief veel projecten zijn waar bruikbare resultaten uitkomen voor bedrijven, startups, kennisinstituten en dergelijke.

De resultaten vindt u in het Utilisatierapport 2007. Daarnaast geeft het Utilisatierapport een overzicht van de resultaten van projecten die gestart zijn in 1996 en 2001. Een zestal interviews met onderzoekers, die een toelichting geven op de bruikbaarheid van hun resultaten, rondt het rapport af.

Van de projecten die gestart zijn in 1996 en 2001 zijn per project de wetenschappelijke resultaten en de toepassing ervan beschreven. In 1996 zijn 112 projecten gestart, waarin STW in totaal 59,5 miljoen euro investeerde. Deze projecten hebben in totaal 46 octrooien en 6,1 miljoen euro aan inkomsten voor de onderzoekers of onderzoeksgroep opgeleverd. In 2001 startten 66 projecten, waar¬mee een investering van 36 miljoen euro gemoeid was. Op deze projecten zijn 33 octrooien aangevraagd. Tot op heden bracht dat 5 miljoen euro aan inkomsten voor de onderzoeksgroepen op. De directe en indirecte opbrengsten voor de gebruikers en de maatschappij zijn vaak een stuk hoger, maar blijken vaak niet kwantitatief meetbaar te zijn.