Complexiteit en beheersbaarheid

In de waardeketen van industriële elektronica is sprake van groeiende complexiteit. Dat geldt zowel voor de technologie als voor de onderlinge relaties tussen de bedrijven die ‘het moeten maken’.

In de waardeketen van industriële elektronica is sprake van groeiende complexiteit. Dat geldt zowel voor de technologie als voor de onderlinge relaties tussen de bedrijven die ‘het moeten maken’. Die complexiteit beheersbaar maken en houden is de grote uitdaging voor zowel de toeleverende bedrijven als voor de R&D-sector, maar zeker ook voor de OEM-bedrijven.

“De neergang die in 2001 werd ervaren – wereldwijd – heeft voor de Benelux uiteindelijk geleid tot een grotere, gezondere diversiteit van marktsegmenten.” Dat is in een notendop de conclusie van branchemanager Paul Petersen als hij het recente trendonderzoek en het brancheonderzoek uit 2006 vergelijkt met onderzoek uit 2001. “De keten heeft zich op een of andere manier opnieuw ingericht en kan nu breder toepassingen neerzetten. Dat biedt stabiliteit.”

Economische achtergrond
Het recente FHI-trendonderzoek geeft aan dat de omzet van de branche elektronica in 2006 met circa veertien procent is gegroeid ten opzichte van 2005. Dat is heel positief. Daarnaast heeft FHI in 2006 over het jaar 2005 een brancheonderzoek gedaan. Dat gebeurt eens in de vijf jaar. En daaruit blijkt voor de branche Industriële Elektronica dat de markten zoals die in 2000 het beeld bepaalden, zich breder hebben ontwikkeld. In 2000 werd 69,5 procent van de omzet bepaald door twee markten, namelijk industrial equipment en data- en telecommunicatie. In 2001, 2002 ging de omzet strak omlaag, vooral door malaise van algemene aard in die twee groepen. Productie verdween naar lagelonenlanden en de data/telecommark stortte in, wat gepaard ging met vertrek van bedrijven. In 2005 is opnieuw gevraagd om een verdeling naar die markten te maken. Toen bleek voor de branche IE heel duidelijk een veel bredere verdeling van markten te zijn ontstaan. De 69,5 procent voor industrial equipment en data/telecom was nu nog 46 procent. Andere markten bleken significant gegroeid: medische & laboratorium equipment werd ongeveer veertien procent, automotive & transport acht procent, aerospace & defence ging naar 5,7 procent, safety & security is naar negen procent gegaan, office & communication equipment naar 5,5 procent. “Méér niche-markten dus, en daarmee een betere verdeling van de omzet”, concludeert Petersen.

Complexiteit en beheersbaarheid
Wat in technologisch opzicht opvalt, is het steeds grotere belang van high tech. “High tech wordt steeds méér high tech, om het zo maar eens te zeggen”, laat Petersen zich ontvallen. “Ook het event Designtools in november vorig jaar stond in dat teken. De complexiteit per vierkante nanometer elektronica neemt maar toe. Bij de voorbereiding van je elektronicaontwikkeling moet je technologisch met steeds meer zaken rekening houden en je hebt ook meer softwarepakketten nodig om dat te kunnen. Die complexiteit zie je dus niet alleen in de technologie maar eigenlijk in de hele keten. Neem als voorbeeld ASML, dat veel van haar functioneren uitbesteedt, veelal aan bedrijven bij ons in de keten. Die bedrijven moeten wél met elkaar samenwerken. De complexiteit van technologie en van bedrijven die daarin actief zijn, moet beheersbaar zijn. Een vorm daarvoor is een keten die samenwerkt. En die keten proberen wij vanuit de branche vorm te geven. Weliswaar is er geen regie vanuit FHI om die keten goed te laten functioneren, dat is een natuurlijk proces. Maar iets van die beheersbaarheid wil je op de beurs illustreren door zoveel mogelijk van die keten te laten zien. Daarmee wordt de beurs in feite een middel om die beheersbaarheid mede te ondersteunen. Want je moet gewoon een heleboel dingen weten. Die kennisoverdracht wil je voor de hele keten toegankelijk maken.”

Terug op het nest
“De genoemde veertien procent groei vindt deels zijn oorzaak in hightech bedrijven die weer terugkomen naar Nederland”, besluit Petersen. “Die gaan terug naar bedrijven waarmee ze gewend waren samen te werken. Dat zie je terug in de cijfers. Wij hebben in de Benelux-keten klaarblijkelijk het kunstje geleerd om effectief met elkaar samen te werken. Het LivePIL-verhaal sluit daar bij aan.”