Europese norm voor handheldmeters maakt keuring door derden overbodig.
Fabrikanten van meetapparatuur voor controle van cv-ketels zijn de aangewezen instanties om aan te tonen dat die apparatuur deugdelijk is. Kopers en gebruikers van dergelijke apparatuur hebben geen testcertificaat van ‘derden’, keuringsinstituten, meer nodig.
Dat is het gevolg van het feit dat nu eindelijk ook in Nederland de relevante Europese richtlijnen worden geïmplementeerd. De leveranciers van meetapparatuur, verenigd in de FHI-branchegroep LMI, krijgen daarmee eindelijk erkenning voor hun uitgangspunt dat keuring van meetapparatuur door keuringsinstituten geen toegevoegde waarde geeft en dus overbodig is.
Uit een brief van de minister van VROM aan de Tweede Kamer blijkt dat per 1 januari 2007 de wetgeving zal gaan verwijzen naar de Europese norm EN 50379, zowel voor wettelijk verplichte keuringen als voor vrijwillige veiligheidscontroles. In het verlengde daarvan is ook in de certificeringsregeling van SCIOS, voor inspectie van stookinstallaties, vastgelegd dat een fabrikantenverklaring betreffende het correct functioneren van meetapparatuur volstaat, mits traceerbaar is via een kwaliteitsborgingsysteem dat het meetapparaat voldoet aan de gestelde eisen.
Nu de wettelijke basis is gelegd voor gebruik van rookgasanalyse-apparatuur door erkende installateurs en inspecteurs, kan verder gewerkt worden aan de deskundigheid van hoe om te gaan met de apparatuur. De FHI-branchegroep LMI, Leveranciers van Meetapparatuur voor de Installatiewereld overlegt met ISSO/UNETO-VNI over de wijze waarop die deskundigheid en de bijbehorende vaardigheid verder kan worden uitgebouwd.