Fiber to the X – het glasvezelnetwerk van Amsterdam

Een belangrijk congres tijdens Electronics & Automation is het glasvezelcongres Fiber to the X. Vrijdag 29 mei worden alle in’s en out’s over glasvezel benoemd.

Een belangrijk congres tijdens Electronics & Automation is het glasvezelcongres Fiber to the X. Vrijdag 29 mei worden alle in’s en out’s over glasvezel benoemd. Waarom glasvezel, wie wil het en waar liggen de problemen? Albert Grooten van Draka Communications zal er vertellen over de bouw van het Citynet-glasvezelnetwerk in Amsterdam.

Tot twee jaar geleden richtte Draka Communications zich vooral op de productie van glasvezelkabel. “Dat is de glasvezel zelf, die maakten we in Eindhoven bijvoorbeeld. Het is oude Philips-technologie gecombineerd met Alcatel-technologie”, vertelt Grooten. “De vezel wordt maar op een paar plekken in de wereld gemaakt. De volgende stap is om van die glasvezel, glasvezelkabel te maken. Dat doen we op ongeveer twaalf plaatsen in Europa. Draka Communications heeft nu ook een derde stap toegevoegd, het leveren van de niet-kabelcomponenten. Alle kasten, ondergrondse moffen, aansluitdozen en meer, alle componenten van het passieve net”, zegt hij.
“Het Citynet-project in Amsterdam was een vrij bijzonder project. Samen met BAM hebben we daar een samenwerkingsbedrijf voor opgezet. We hebben ons bemoeid met het ontwerp van het netwerk, met projectmanagement. Het opgerichte bedrijf was een BAM Draka V.O.F. Die heeft aan de ene kant Draka aangestuurd voor het leveren van de componenten en aan de andere kant BAM voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit allemaal in opdracht van Glasvezelnetwerk Amsterdam (GNA), de eigenaar van de passieve infrastructuur.”

Lagen
Een netwerk bestaat eigenlijk uit drie lagen. De onderste laag is het passieve netwerk. In dit geval betreft dat de glasvezelkabels en de niet-kabelcomponenten, zoals alle kasten, ondergrondse moffen en aansluitdozen. Daar overheen wordt met behulp van apparatuur een lichtsignaal gezet. “Dat doet de operator, die runt het netwerk”, zegt Grooten. “Daar weer overheen gaan diensten als televisie, telefonie en internet. In de klassieke situatie is dat verticaal geïntegreerd. Bedrijven doen alle drie. Maar in de moderne glasvezelnetwerken kan dat ook gesplitst zijn. Dat is in Amsterdam het geval. GNA heeft het netwerk laten leggen. Die verhuurt/least de kabel aan de operator, in Amsterdam is dat BBned, onderdeel van Telecom Italia. En BBned faciliteert bepaalde service providers, die op hun beurt televisie, internet en telefonie aanbieden. Nu zijn het drie verschillende partijen die alleen een commerciële relatie hebben”, aldus Grooten. Deze manier van werken is niet typisch voor glasvezel, het is meer een nieuwe ontwikkeling voor de hele markt. “Kijk je naar koper, dat is ook opengesteld tegenwoordig. Telefonie kan ook van een andere provider dan KPN en kan dan toch door die koperdraad. Het is een politieke kwestie om concurrentie te bevorderen. In Amsterdam is er vanaf dag één gekozen voor een strategie van een open netwerk. Dat staat voor iedereen open”, zegt Grooten.

Overlast
Het project om het glasvezelnetwerk aan te leggen is Europees getenderd door GNA. BAM en Draka hebben zich gezamenlijk ingeschreven en hebben die tender gewonnen. “Een van de argumenten was dat wij ons helemaal hadden gericht op het beperken van overlast bij eindgebruikers. Wij hadden bijvoorbeeld besloten een callcenter in te richten om de bewoners op de hoogte te houden. Mensen werden opgebeld met de mededeling dat op een bepaalde datum bij hun in de straat kabel werd gelegd. Daar konden ze dan rekening mee houden. Tijdens het seminar zal ik verder iets vertellen over de totstandkoming van het glasvezelnetwerk. Over het ontwerp van het netwerk, dat doen we namelijk met door Draka zelf ontwikkelde software. Daar komt uit hoeveel kabel er nodig is, hoeveel kastjes, hoeveel moffen, dat soort dingen. Dan komt de hele logistiek op gang. In de stad kun je geen grote voorraden materiaal opslaan. Dat werd per dag ingebracht”, zegt Grooten.

Ervaring
Draka Communications heeft veel ervaring opgedaan met het citynet-project, ondermeer op het gebied van SDP’s. “SPD’s zijn Stedelijke distributiepunten, de verzamelpunten waar alle glasvezelkabels samenkomen. Voor dit project, van 40.000 aansluitingen, hebben we vier SDP’s ingericht. Daar staat ook allerlei apparatuur, de stroomvoorziening bijvoorbeeld. Die SDP’s moeten goed worden ontworpen om zo gunstig mogelijk met de ruimte om te gaan. Anders past het simpelweg niet. Dat is een aparte tak van sport. Ook een goede leerschool was de aansluiting van de woningen. Je moet op een gegeven moment de woningen van mensen in, maar die zijn nooit thuis. Dat moet je helemaal regelen en zodanig inrichten dat je zo weinig mogelijk bij de mensen binnen hoeft te komen”, weet Grooten nu.

FttX: glasvezel heeft de toekomst
Ochtendseminar, vrijdag 29 mei 2009
Marijkezaal, Jaarbeurs Utrecht