Als ontwerpers goede producten willen bedenken voor kinderen met autisme, dan moeten ze zich eerst ‘onderdompelen’ in die doelgroep. Dat stelt onderzoekster Helma van Rijn, die op dinsdag 18 december op dit onderwerp promoveert aan de TU Delft.
"Kinderen met autisme hebben, net als iedereen, producten en diensten nodig die passen bij hun specifieke behoeften en ervaringen", zegt industrieel ontwerper Helma van Rijn. "Maar wat doe je als je de opdracht krijgt om een product, bijvoorbeeld educatief spelmateriaal, voor deze kinderen te ontwerpen en zelf helemaal geen ervaring hebt op dit gebied? Misschien begin je dan met het afstruinen van het internet voor meer informatie, het bekijken van de film ‘Rain Man’ of het lezen van een boek dat het gedrag van deze kinderen verklaart. Je ontdekt dan dat de wijze waarop kinderen met autisme werkelijk denken en handelen, is overgelaten aan je verbeelding. Het blijkt dat direct contact met de kinderen of een ontmoeting met verzorgers of behandelaars, dan de enige manier is om dichterbij de behoeften en ervaringen van deze kinderen te komen."
Confronterend
Van Rijn onderzocht tijdens haar promotie hoe ontwerpers betekenisvolle ontmoetingen kunnen hebben met deze kinderen en hun verzorgers, om zichzelf te informeren en inspireren in hun ontwerpproces. Ze deed dat door studenten Industrieel Ontwerpen van de TU Delft een aantal maal te ‘confronteren’ met een groep (zwaar) autistische kinderen.
"Dat kan, zeker in het begin, een beetje eng zijn", zegt Van Rijn. "Ik kan me mijn eerste ontmoeting als ontwerper met een autistisch kind nog goed herinneren. Op een gegeven moment klom een jongetje uit de groep op mijn schoot. Het voelde alsof hij me niet al een persoon beschouwde, maar als een soort bankje, iets waar je op kan zitten. Na een tijdje begon hij mijn hoofd en haar aan te raken, drukte zijn neus tegen de mijne en keek in mijn ogen. Het was een speciale ervaring, maar ook een ongemakkelijke. Ik had in het begin geen idee hoe ik moest reageren. Maar daarna went het omgaan met deze kinderen vrij snel."
Vijf stappen
Het onderzoek van Helma van Rijn toont de noodzaak aan voor ontwerpers om zich vertrouwd te maken in de nieuwe omgeving, mensen te observeren zonder concreet doel en bewust te zoeken naar momenten waarin mensen een andere betekenis geven aan objecten en interacties dan zij zelf doen. "Met alleen literatuur lezen kom je er niet als ontwerper. Je moet je als het ware onderdompelen in je doelgroep."
Deze conclusie is volgens Van Rijn ook door te trekken naar andere moeilijk bereikbare doelgroepen, zoals dementerende ouderen.
Het proefschrift beschrijft een raamwerk met vijf stappen. Dit raamwerk bevat vijf hoofdactiviteiten (familiarisatie, observatie, reflectie, theorisatie en try-out) en overgangen (ontdekken, onderdompelen, verbinden, loslaten en toepassen). Het beschrijft, maar schrijft ook voor, hoe ontwerpers kunnen leren van ontmoetingen.
Zie ook: http://studiolab.ide.tudelft.nl/studiolab/vanrijn/
Promotie Helma van Rijn, 18 december 2012 om 12:30 uur, Aula TU Delft, Senaatzaal
Proefschrift Meaningful Encounters: Explorative studies about designers learning from children with autism in de TU Delft Repository
.


