Hulp en handel: volwassen maakindustrie in ontwikkelingslanden

Vandaag heeft minister Lilianne Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de nota gepresenteerd met de kabinetsvisie op hulp en handel en het daaruit voortvloeiende beleid. FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming: “Voor FME draait het bij ontwikkelingssamenwerking om de combinatie van economische groei en zelfredzaamheid. Dat zien we gelukkig helder terug in de nota. We moeten ons richten op de ontwikkeling van ondernemerschap en een volwassen maakindustrie in ontwikkelingslanden. Het Nederlandse bedrijfsleven kan met het leveren van machines, technologie en innovatieve oplossingen ontwikkelingslanden uitstekend helpen. Het is goed om te zien dat dezelfde visie is terug te vinden in de invulling van het revolverend fonds.”

De Nederlandse technologische industrie is al actief in ontwikkelingslanden, maar het uitvoeren en financieren van projecten in die landen is alles behalve eenvoudig. FME vindt dat de Nederlandse industrie binnen ontwikkelingssamenwerking meer moet worden benut dan tot nu toe gebeurt. Het Nederlandse bedrijfsleven bezit unieke kennis, kunde en producten die het graag wil inzetten in ontwikkelingslanden. Voor de technologische industrie gaat het vooral om machines, apparatuur en innovatieve oplossingen die de lokale productie, omstandigheden en bedrijvigheid verbeteren.

Dezentjé: "Denk aan machines voor voedselverwerking of aan medische apparatuur, maar ook aan projecten voor ziekenhuizen, wegen, (lucht)havens en (drink)watervoorziening. Dit zijn ontwikkelingsrelevante activiteiten en investeringen, die vrijwel altijd voortkomen uit lokale vraag en die samen met het Nederlands bedrijfsleven worden uitgevoerd. De realisatie daarvan is echter verre van eenvoudig, vooral door moeizame financiering vanuit de commerciële markt."

Dutch Good Growth Fund

Het revolverend fonds, in de nota omgedoopt tot het Dutch Good Growth Fund, kan hier uitstekend de helpende hand bieden. Het idee om op maat gesneden financieringsvormen te bieden aan ondernemers voor ontwikkelingsrelevante plannen draagt de steun van FME. Dezentjé "Het is goed dat het fonds de Nederlandse ondernemer, de lokale ondernemer en de samenwerking tussen die twee op het vlak van exportfinanciering en investeringen gaat ondersteunen. Dit bevordert de economische groei en zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden, met een positieve bijdrage van het Nederlands bedrijfsleven dat daar zelf ook van kan profiteren. Terecht dat het ongelijke speelveld wordt aangepakt, overheden in andere landen bieden al langer dergelijke financieringsvormen aan." FME is daarnaast positief over de samenwerking van overheid en bedrijfsleven in het voortraject en de eerste uitwerking van het fonds, maar vindt de detailuitwerking cruciaal. "Een nauwe samenwerking bij de verdere uitwerking en de verdeling van het fonds is van groot belang om te komen tot een werkbaar en effectief instrument voor het bedrijfsleven." aldus Dezentjé.