Bedrijven die werken met kunstmatige bronnen van optische straling (o.a.lasprocessen in de metaalnijverheid en diverse droog-, desinfectie- en reinigingsprocessen), moeten uiterlijk in 2010 voldoen aan de hiervoor geldende Europese richtlijn 2006/25/EG.
Bedrijven die werken met kunstmatige bronnen van optische straling, moeten uiterlijk in 2010 voldoen aan de hiervoor geldende Europese richtlijn 2006/25/EG. Het ministerie van SZW wil in mei 2010 de Europese richtlijn voor beroepsmatige blootstelling aan dit soort bronnen invoeren in de Nederlandse wetgeving.
Kunstmatige bronnen van optische straling kennen in veel verschillende branches toepassingen. Hieronder vallen onder meer UV- en laserbehandelingen in de gezondheidszorg, lasprocessen in de metaalnijverheid en diverse droog-, desinfectie- en reinigingsprocessen. Het rapport biedt ook niet-deskundigen een hanteerbaar overzicht van werksituaties waar mensen kunnen worden blootgesteld aan kunstmatige optische straling. Tevens worden er maatregelen aangegeven die kunnen worden genomen om overschrijding van de EG-normen (en schade aan huid of ogen) te voorkomen. De onderzoekers geven aan dat in het algemeen de nu gebruikte persoonlijke beschermingsmiddelen voldoende zijn en voldoende worden gebruikt om schade bij werknemers (vooral aan de ogen) te voorkomen.
Het bedrijfsleven moet de risico’s van blootstelling aan optische straling op de door de richtlijn voorgeschreven wijze inventariseren en evalueren. Zonodig moet een actieplan worden opgesteld en uitgevoerd om de blootstelling te verlagen. Door een stroomdiagram in te vullen kan worden vastgesteld wat in een bepaalde werkomgeving moet worden gedaan om aan de richtlijn te voldoen. Als binnen een bedrijf alleen gewerkt wordt met algemene verlichting, dan zal de EG-richtlijn over het algemeen géén extra maatregelen vragen. Om het bedrijfsleven genoeg tijd te geven om maatregelen te nemen wil de minister de EG-richtlijn implementeren op de uiterste datum die in de richtlijn is voorgeschreven: 27 mei 2010.
Wat is optische straling?
De optische straling waarvan sprake in de richtlijn betreft alle elektromagnetische straling waarvan de golflengte ligt tussen 100 nanometer (nm) en 1 millimeter. Daartoe behoren niet alleen het zichtbare licht, maar ook de ultraviolette straling (100 nm – 400 nm) en de infrarode straling (780 nm – 1000 nm). In de tabel hieronder vindt u een aantal toepassingen waarbij kunstmatige optische straling gebruikt wordt.
|
Kunstmatige optische stralingen |
Gebruik |
|
– ultraviolette straling (laserstraling inbegrepen)
|
Booglassen, waterzuiveringsinstallaties, UV-verharders (verharden van inkt, vernis,…), UV-fluorescentie detectoren, laserapparaten,… |
|
– infrarode straling (laserstraling inbegrepen)
|
Warmtebron: smelten van metaal, vervaardiging van glas, laserapparaten,… |
Info:
Richtlijn 2006/25/EG (blootstelling aan kunstmatige optische straling) is te downloaden via: http://europa.eu.int/eur-lex/lex/LexUriServ/site/nl/oj/2006/l_114/l_11420060427nl00380059.pdf
Het rapport op http://docs.szw.nl/pdf/129/2006/129_2006_3_9727.pdf kan als hulpmiddel dienen voor arbo- en preventiemedewerkers om in te schatten of er problemen zijn te verwachten met de optische stralingsbronnen waarmee binnen bedrijven wordt gewerkt .
Bron: SZW/ProActueel en http://www.lcv.be/nl/nieuws.asp?rubriek_id=-1&oper=show&news_id=109