Nederland moet oppassen om zijn investeerders niet aan Duitsland te verliezen. Dit zegt Johan Bongers, directeur van VNO-NCW Midden, in een recent interview voor het economisch magazine ‘DNHK markt’. “Uit de marktsignalen blijkt dat Duitsland als het gaat om vestigingsvoorwaarden flink aan de weg timmert. Nederland is tegelijkertijd relatief duur en stroperig”, aldus Bongers in […]
Nederland moet oppassen om zijn investeerders niet aan Duitsland te verliezen. Dit zegt Johan Bongers, directeur van VNO-NCW Midden, in een recent interview voor het economisch magazine ‘DNHK markt’. “Uit de marktsignalen blijkt dat Duitsland als het gaat om vestigingsvoorwaarden flink aan de weg timmert. Nederland is tegelijkertijd relatief duur en stroperig”, aldus Bongers in het tijdschrift, dat door de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK) wordt uitgegeven.
De VNO-baas wil nu samen met het Verbond van Nederlandse en Duitse Ondernemingen (VNDU) gemeenten in beide landen met elkaar vergelijken om de vestigingsvoorwaarden te onderzoeken. Het verbond, dat in 2007 door de VNO-NCW, de Nederlands-Duitse Handelskamer en verdere organisaties vanuit Nederland en Duitsland werd opgericht, stelt vast dat meer en meer Nederlandse ondernemingen hun nieuwe vestigingen in de Duitse grensstreek openen. Zij worden door Duitse gemeenten met lage grondprijzen en snellere vestigingsprocedures aangetrokken.
Betere voorwaarden
De VNDU wil met behulp van modelbedrijven gedurende een langere periode nagaan wat een bedrijf daadwerkelijk aan vestigingskosten kwijt is. Op het moment zet het verbond samen met de Rabobank een onderzoekspakket op. Bongers denkt echter niet dat Nederland leeg stroomt. “Maar wij hebben wel de indruk dat de vestigingsvoorwaarden en procedures steeds verder uit elkaar lopen”, beklemtoont de VNO-voorzitter in het interview. Er moeten dus aan de Nederlandse kant betere voorwaarden worden gecreëerd. “Voor een sterke grensregio moeten goede vestigingsvoorwaarden in het gehele gebied gelden.”