In de geliberaliseerde elektriciteitsmarkt is de borging van publieke belangen op Europees niveau nog niet adequaat geregeld en zijn de lidstaten afzonderlijk niet in staat om al deze belangen effectief zeker te stellen. Dat stelt mr.drs. Hamilcar Knops, die gisteren promoveerde op dit onderwerp aan de TU Delft. De liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkt is […]
In de geliberaliseerde elektriciteitsmarkt is de borging van publieke belangen op Europees niveau nog niet adequaat geregeld en zijn de lidstaten afzonderlijk niet in staat om al deze belangen effectief zeker te stellen. Dat stelt mr.drs. Hamilcar Knops, die gisteren promoveerde op dit onderwerp aan de TU Delft.
De liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkt is destijds overhaast en onvoldoende doordacht ingevoerd. Dit heeft een aantal problemen opgeleverd, stelt promovendus Hamilcar Knops van de TU Delft en de Universiteit Leiden.
Knops deed hiernaar onderzoek en concludeert onder meer: ‘De invoering van de interne markt voor elektriciteit in de Europese Gemeenschap heeft bepaalde publieke belangen, zoals de voorzieningszekerheid, in gevaar gebracht. Deze belangen zijn tussen wal en schip gevallen. Aan de ene kant kunnen ze in de Europese markt niet meer effectief door een lidstaat geborgd worden, terwijl aan de andere kant de borging op Gemeenschapsniveau nog niet adequaat is geregeld.’
geen rpijsdaling
Ook de verwachte prijsdaling door de liberalisering is niet opgetreden. Knops: ‘Het invoeren van concurrentie voor levering van elektriciteit aan kleinverbruikers brengt hoge transactiekosten met zich mee en werkt alleen als consumenten voldoende ‘switchen’. Dat laatste doen consumenten nauwelijks. Daardoor zijn kleinverbruikers nu niet goedkoper uit dan met een gereguleerd leveringsmonopolie.’
Knops ontwikkelde een ontwerpmethode voor wetgeving voor een goed functionerende geliberaliseerde Europese elektriciteitssector. Deze methode werkt op zeer gestructureerde wijze: ‘alsof je een motor ontwerpt’, en brengt de wisselwerking tussen recht en techniek systematisch in kaart. Knops: ‘Daarbij is het belangrijker de ontwerper te helpen de juiste vragen te stellen dan om de antwoorden voor de ontwerpbeslissingen precies voor te schrijven.’