Meest gestelde vragen Machinerichtlijn

Welke twee vragen worden het meest gesteld aan Frank Poot, adviseur op het gebied van CE-markering en machineveiligheid?

Frank Poot, technisch directeur van Themag, geeft advies en begeleidt projecten op het gebied van CE-markering en machineveiligheid. Daarnaast geeft hij cursussen op dit gebied.  ‘Ongeveer 30% van onze werkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van technische risico-analyses voor machinefabrikanten die al een bestaand machinepark hebben,’ vertelt Poot. ‘Het grootste deel, zo’n 70%, bestaat uit het begeleiden van het ontwerp en de bouw van nieuwe machines en opzet van productielijnen. We hebben met veel verschillende typen machines te maken; van bakkerijmachines tot pneumatische nietmachines tot graafmachines.’

  

CE?

De vraag die Poot nog steeds het meeste tegenkomt is ‘moet ik iets met CE?’. Met andere woorden, men wil graag laten uitzoeken of het niet mogelijk is om onder de verplichtingen uit te komen, die aan de CE-markering hangen. Het betreft meestal mensen die iets voor zichzelf bouwen en daar dan ook alleen zelf gebruik van maken. Daarnaast gaat het ook wel om twee of meerdere partijen die samen aan de bouw van een machine en/ of installatie werken. De vraag is dan wie de eindverantwoordelijke is voor de machine en dus aan de verplichtingen van de Machinerichtlijn moet voldoen.

II-B verklaring

Een andere veelgestelde vraag is: Als ik een II-B verklaring voor mijn machine opstel, ben ik dan van al die verplichtingen van de Machinerichtlijn af?
Even voor de duidelijkheid: de II-B verklaring is de verklaring die in Bijlage II , onder B genoemd wordt. Volgens de huidige, nu geldende Machinerichtlijn (98/37/EG) mag deze verklaring (ook wel ‘fabrikantenverklaring’ genoemd) geleverd worden bij machines die bestemd zijn om te worden ingebouwd in een machine of met andere machines te worden samengebouwd en niet zelfstandig kunnen werken. Er zijn verder geen andere verplichtingen, zoals die gelden voor ‘echte’ machines. Vandaar dat men nog wel eens een net-niet voltooide machine bouwt waar deze verklaring wordt bijgeleverd. Zo probeert men om onder de verplichtingen uit te komen.

Met de komst van de nieuwe machinerichtlijn (2006/42/EG) veranderen de verplichtingen voor de niet-voltooide machines. In artikel 13 staan die verplichtingen vermeld. Dit betekent dat er een II-B verklaring moet worden bijgeleverd. Deze II-B verklaring blijft dus bestaan, alleen de verplichtingen zijn anders geworden. In bijlage II onder B staat dat een inbouwverklaring moet worden geleverd bij een niet-voltooide machine. Tevens moet een inbouwhandleiding geleverd worden. Ook moet er een technisch dossier worden opgesteld, maar deze is in principe eigendom van de fabrikant en hoeft dus niet meegeleverd te worden.
‘Het is maar goed dat de verplichtingen voor de niet-voltooide machines veranderen, zodat misbruik van de huidige II-B verklaring niet meer kan voorkomen,’ vindt Poot.

‘Qua technische eisen zijn er met de komst van de nieuwe Machinerichtlijn mijns inziens geen grote veranderingen. Er zijn wel veranderingen die voor enkele fabrikanten van bepaalde specifieke groepen machines flinke wijzigingen inhouden, omdat die machines voorheen niet of juist wel onder de Machinerichtlijn vielen.’