Sinds Alessandro Volta in de negentiende eeuw de eerste batterij demonstreerde, is het concept niet meer veranderd. Een nieuwe impuls kwam van ultracondensatoren, die energie als elektrisch veld opslaan. Het rendement is hier duidelijk beter dan bij standaardbatterijen, die hun energie halen uit chemische reacties. Ultracondensatoren hebben het voordeel dat energie snel en in grote […]
Sinds Alessandro Volta in de negentiende eeuw de eerste batterij demonstreerde, is het concept niet meer veranderd. Een nieuwe impuls kwam van ultracondensatoren, die energie als elektrisch veld opslaan. Het rendement is hier duidelijk beter dan bij standaardbatterijen, die hun energie halen uit chemische reacties. Ultracondensatoren hebben het voordeel dat energie snel en in grote hoeveelheden kan worden afgenomen. Daardoor zijn ze interessant voor gebruik als energiebuffer in voertuigen met brandstofcellen, of voor gelijkstroomomzetters. Het nadeel: ultracondensatoren zijn groter dan standaard batterijen met dezelfde capaciteit. Het MIT wil een nieuwe weg inslaan en de energie opslaan op atoomniveau. Omdat koolstof-nanotubes heel poreus zijn en een groot oppervlak hebben, is de capaciteit per volume-eenheid hoog als de nanobuisjes in een regelmatige verticale structuur worden geordend. Dat leidt bij een compacte opbouw tot de gewenste capaciteitstoename bij een kleiner volume.