Nederland keldert uit top-5 van meest concurrerende economieën

Nederland zakt met 3 plaatsen naar de 8e plaats op de mondiale concurrentie-index van het World Economic Forum (WEF). Het WEF publiceert jaarlijks de concurrentiepositie van landen. Het topinstituut Inscope: Research for Innovation onder leiding van Henk Volberda, Professor of Strategic Management & Business Policy aan Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) is partnerinstituut van het WEF en verzamelde de gegevens voor Nederland.

In de ranking van 144 landen is Nederland uit de top-5 van concurrerende economieën gekelderd. Steeg Nederland vorig jaar nog met twee plaatsen naar de 5e positie, dit jaar maakte Nederland de grootste daling van de top-10 landen: Nederland zakte met 3 plaatsen naar de 8e positie.

Henk Volberda stelt dat "de slecht functionerende financiële markten en aanhoudende zorgen over de stabiliteit van de Nederlandse banken de Nederlandse economie parten speelt. De gebrekkige kredietverstrekking aan bedrijven en particulieren remt de Nederlandse economie af." Toch ziet Volberda dit niet als de enige reden waarom het Nederlandse concurrentievermogen is afgenomen. Volgens professor Volberda "weet Nederland onvoldoende te profiteren van een positiever economisch klimaat door een slecht functionerende arbeidsmarkt en het achterblijven van duurzame investeringen in innovatie en onderwijs."

Bevindingen

Het Nederlandse concurrentievermogen is het afgelopen jaar aanzienlijk gedaald. Het financieringstekort, de slecht functionerende financiële markten en de oplopende zorgen over stabiliteit van Nederlandse banken speelt de Nederlandse economie parten. In combinatie met een slecht functionerende arbeidsmarkt en het uitstellen van investeringen in innovatie is Nederland gezakt naar de 8e plaats.

Door afnemende bedrijfsuitgaven aan R&D, het nijpende gebrek aan technici en ingenieurs, de gebrekkige samenwerking van bedrijven en universiteiten en het gebrek aan regie door de Nederlandse overheid heeft Nederland haar top-5 positie niet weten te behouden. Het topsectorenbeleid van dit kabinet is te stroperig en leidt tot een weinig daadkrachtig innovatiebeleid.

Blijvend investeren loont

Zwitserland, Singapore en Finland hebben hun koppositie weten te handhaven door blijvende investeringen in innovatie en onderwijs. Ook het Duitse innovatiebeleid werpt zijn vruchten af. Duitsland heeft zich dit jaar aangesloten bij de koplopers (4e positie) door aanzienlijke investeringen in R&D en nieuwe technologieën en uitstekende training en opleiding van nieuwe technici en ingenieurs. De Verenigde Staten zijn na jarenlange dalingen weer teruggekeerd naar de 5e positie door een toenemend vertrouwen in haar publieke instituties, een flexibele arbeidsmarkt en investeringen in R&D en toponderwijs.

Zuid-Europese economieën zoals Frankrijk (23e positie), Italië (47e positie) en Portugal (51e positie) zijn verder gezakt in de mondiale concurrentie-index. Spanje (35e positie), en Griekenland (91e positie) laten echter een kleine verbetering zien en het EU beleid lijkt hier zijn vruchten af te werpen. Van de 5 Brics-landen (Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika) laat alleen Rusland een stijging zien, terwijl Brazilië 8 plaatsen daalt. China is nog steeds koploper van de Brics-landen (29e positie), gevolgd door Zuid-Afrika (53e positie), Brazilië (56e positie), India (60e positie) en Rusland (64e positie).

Het volledige rapport is hier te vinden.