Universiteiten krijgen te maken met een nieuwe democratiseringsgolf, die in intensiteit de democratisering van de jaren zeventig zal overtreffen, en die samenvalt met de vele doorbraakinnovaties die de komende jaren worden verwacht.
Universiteiten krijgen te maken met een nieuwe democratiseringsgolf, die in intensiteit de democratisering van de jaren zeventig zal overtreffen, en die samenvalt met de vele doorbraakinnovaties die de komende jaren worden verwacht. Open innovatie en democratisering horen bij elkaar omdat innovaties vooral succes hebben als ze samen met afnemers, financiers en maatschappelijke groeperingen worden ontwikkeld. Bedrijven zullen meer moeten samenwerken, ook waar dat nu nog in de mededingingswet verboden is. Overheden zullen open innovatienetwerken ondersteunen waarmee zij nu helemaal geen ervaring hebben. Open innovatie betekent ook een andere benadering van intellectueel eigendom en nieuwe regels voor het toelaten van buitenlandse kenniswerkers. Dit stelde prof. Wim de Ridder, hoogleraar Toekomstverkenningen aan de Universiteit Twente, in zijn rede bij de viering van de 45ste Dies Natalis van de Universiteit, op 1 december.
Het Nederlandse innovatiebeleid ligt onder vuur. Ook in veel bedrijven wordt slecht met innovaties omgegaan. Ondernemers en politici hebben elkaar weinig te verwijten, vindt De Ridder: “Beiden ontbreekt het aan beleid om creatieve en innovatieve processen te accommoderen.” De Ridder ziet niet veel in brede maatschappelijke discussies die tot doel hebben draagvlak voor innovaties te creëren. Toch ziet hij ingrijpende veranderingen, zoals de groeiende rol van spindoctors in de vorming van de publieke mening en de opkomende vraagsturing in de economie.
Universiteiten zijn vaak de enige plaatsen waar kennis over ingrijpende veranderingen in technologie en maatschappij aanwezig is, aldus De Ridder. Het is een typisch verschijnsel van de informatiemaatschappij dat andere belanghebbenden zich niet of nauwelijks in deze kennis verdiepen maar het debat op afstand volgen. Om maatschappelijk draagvlak voor innovaties op te bouwen moeten universiteiten het wetenschappelijke debat in de openbaarheid voeren. Het gevolg hiervan is dat universitaire prestaties niet alleen wetenschappelijk worden getoetst, maar ook maatschappelijk.
Korte en lange termijn
De gevolgen zijn verstrekkend. Universiteiten moeten geen korte termijn onderzoek uitvoeren als dat niet is ingebed in langere termijn strategische onderzoeksrichtingen, vindt De Ridder. In de combinatie van korte en lange termijn oriëntaties schuilt de kracht. Ook zou een universiteit alleen lange termijn programma’s mogen starten als die tegelijk korte termijn spinoff opleveren. Aan de Universiteit Twente gebeurt dit bijvoorbeeld al via zogenaamde business accelerators, die krenten uit het lange termijn onderzoek halen, om die versneld naar de markt te brengen.
Smart rules
Veel bestaande regelgeving voldoet niet langer, als het gaat om doorbraakinnovaties. Volgens De Ridder moet opnieuw worden gekeken of de bescherming van intellectueel eigendom in de huidige vorm nog wel dienstbaar is aan de innovatiekracht. Een smart rule zou hier zijn: bescherming van intellectueel eigendom vervalt als de bezitter ervan geen activiteiten uitvoert waarbij van het eigendom gebruik wordt gemaakt. Overheden zouden daarnaast de maatschappelijke betekenis van doorbraakinnovaties moeten meenemen in financieringsaanvragen. Smart rule is hier: kennisinstellingen krijgen financiering uit Europese kaderprogramma’s, mede op basis van gepubliceerde expertvisies over hun rol bij innovatiedoorbraken. Ook aan het mededingingsrecht mag gesleuteld worden, als het aan De Ridder ligt: voor producenten van innovatieve goederen en diensten is het kartelrecht alleen van toepassing als dat tot een ongeoorloofde machtspositie in de markt leidt. Bovenal heeft Nederland talent nodig om het daadwerkelijk te dóen: kenniswerkers uit het buitenland zouden onder gemakkelijke voorwaarden voor vijf jaar naar Nederland moeten kunnen komen.