Overheidsuitgaven voor wetenschappelijk onderzoek blijven dalen

Het beeld dat de uitgaven van de Rijksoverheid aan wetenschappelijk onderzoek dalen, blijft ongewijzigd. In 2014 besteden de ministeries 4,5 miljard euro aan onderzoek. Dat bedrag zal de komende jaren teruglopen, naar 4,1 miljard in 2018.

Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van het aflopen van de FES-programma’s. De daling bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is het gevolg van een wijziging in de toerekening van de eerste geldstroom aan wetenschappelijk onderzoek en hoger onderwijs. De cijfers staan in het jaarlijks door het Rathenau Instituut uitgebrachte overzicht van Totale Investeringen in Wetenschap en Innovatie (Twin) door de overheid.

Het Twin-overzicht is de opvolger van de Totale Onderzoek Financiering (TOF) die voorheen jaarlijks werd uitgebracht. De naam is veranderd omdat het Rathenau Instituut met ingang van dit jaar ook in kaart brengt hoeveel geld de overheid besteedt aan innovatie. Van de 4,5 miljard euro voor onderzoek is 760 miljoen bestemd voor innovatie (in 2014). Daarnaast is er 247 miljoen beschikbaar voor andere innovatie-activiteiten, bijvoorbeeld marketing. Tot slot gaat er 1,1 miljard naar belastingvoordelen voor bedrijven. Al met al heeft de overheid dit jaar 2,1 miljard euro vrijgemaakt voor innovatie. Dit daalt de komende jaren naar 1,6 miljard euro in 2018.

Twee routes

De ministeries besteden langs twee routes geld aan wetenschappelijk onderzoek. Het grootste deel is direct voor universiteiten, organisaties als NWO en KNAW, onderzoeksinstituten en bedrijven. Dit telt op tot 4,5 miljard in 2014. Daarnaast zijn er indirecte bestedingen in de vorm van belastingvoordelen, voor bedrijven die aan onderzoek doen. Daarvoor is dit jaar ruim 1 miljard uitgetrokken. Beide bedragen gaan omlaag: in 2018 is er 4,1 miljard beschikbaar voor directe uitgaven door het Rijk, en iets minder dan 1 miljard voor belastingvoordelen. Conform eerdere rapportages betekent dat per saldo een daling van de directe en indirecte bedragen met ongeveer een half miljard.

In de loop van de jaren zijn belastingvoordelen een groter deel gaan uitmaken van het bedrag dat de overheid investeert in wetenschappelijk onderzoek. In 1999 vormden de indirecte bedragen 8 procent van het geheel. Nu is dat 19 procent. Dit percentage blijft de komende jaren stabiel.

Nieuwe cijfers: investeringen in innovatie

In het Twin-overzicht is voor het eerst opgenomen hoeveel geld de overheid vrijmaakt voor innovatie. Voor deze innovatiecijfers moet een voorbehoud worden gemaakt: er is op de departementen nog geen standaard werkwijze om deze cijfers te registreren. Ook zijn de afspraken met de ministeries over welke gelden worden toegerekend aan innovatie nog in ontwikkeling. Naar verwachting zal dit in de toekomst uniformer worden. Het beeld dat de Twin schetst, is echter redelijk betrouwbaar. Net als de cijfers over wetenschappelijk onderzoek laten ook de bedragen voor innovatie vooralsnog een dalende lijn zien.

Over de Twin-publicatie

Dit financiële overzicht wordt jaarlijks gemaakt door het Rathenau Instituut. Het vraagt alle ministeries naar hun gerealiseerde begrotingsuitgaven en uitgaven voor de komende jaren. Eerdere edities heetten "Totale Onderzoek Financiering" (TOF). Die naam is gewijzigd in "Totale investeringen in Wetenschap en Innovatie" (TWIN), vanwege de uitbreiding van het overzicht met de innovatiecijfers.

Het Rathenau Instituut stelt de cijfers samen op verzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Economische Zaken.

Totale Investeringen in Wetenschap en Innovatie 2012-2018 is te downloaden van de Rathenau-website. Ook een. excelbestand met een overzicht van alle cijfers is daar te vinden.

Bibliografische gegevens: Steen, J. van (2014), Totale Investeringen in Wetenschap en Innovatie 2012-2018, Feiten en Cijfers 11. Den Haag, Rathenau Instituut