Met de temperatuursensoren uit de serie TAD is periodiek kalibreren niet langer noodzakelijk. Twee verschillende sensorelementen bewaken elkaar en optredende drift van de sensor wordt direct herkend en gemeld. Bij uitval van één meetelement neemt bovendien het andere de meting over. Door middel van de diagnose-uitgang worden foutmeldingen direct aan de bovengestelde besturing doorgegeven. De grenzen voor deze meldingen kunnen met behulp van software worden ingesteld. Het genormeerd 4…20 mA analoog signaal maakt de verwerking in iedere gangbare besturing mogelijk. De sensor in gesloten RVS316 IP69K-behuizing heeft een temperatuurbereik van –10…150°C (kortstondig –25…170°C). De uitleesnauwkeurigheid bedraagt 0,2 K tussen –10…100°C en van 0,3 K bij 100…150°C.