Prof.dr. Rafael Wittek: ‘marktwerking in de wetenschap is een vergissing’

Het streven van Nederlandse universiteiten om hoog in internationale ranglijsten te komen, is onzinnig, stelt RUG-socioloog prof.dr. Rafael Wittek. “Rankings als indicator van kwaliteit zijn een hype. Het is een bestuurlijke reflex om daar achteraan te lopen.” In de strijd om de hoogste ranking ontstaat een cultuur van ongezonde concurrentie, vindt Wittek. Of onderzoekers samenwerken binnen één afdeling, tussen verschillende faculteiten of zelfs tussen verschillende universiteiten zou niets moeten uitmaken. Dat interuniversitaire onderzoeksscholen worden afgebouwd, is doodzonde.’

Deze week viert het ICS, de onderzoeksschool waarvan Wittek wetenschappelijk directeur is, haar vijfentwintigste verjaardag. Het ICS was een van de eerste geaccrediteerde interuniversitaire onderzoeksscholen van Nederland en wist ook internationaal een excellente reputatie op te bouwen. Dat de school de afgelopen jaren toch heeft moeten vechten voor haar voortbestaan, illustreert de problemen in het Nederlandse onderzoek, aldus Wittek. "Onze school is ontstaan door een beweging van onderop. Onderzoekers van verschillende universiteiten zochten elkaar op om samen beter onderzoek te kunnen doen. Tegenwoordig is daar steeds minder ruimte voor. Onderzoek wordt veel meer van bovenaf gereguleerd.’

Beste jongetje van de klas

Nederland loopt voorop bij het invoeren van Europese regels die marktwerking in de wetenschappelijke wereld stimuleren, aldus Wittek. ‘We willen het beste jongetje van de klas zijn, lijkt het wel. Decennialang hadden we een goed functionerend systeem van onderzoeksscholen, die streng op hun kwaliteit werden beoordeeld. Maar "Den Haag" heeft snel gereageerd op nieuwe Europese richtlijnen, en de concurrentiestrijd tussen universiteiten aangewakkerd.’ Het resultaat is dat universiteiten de successen van onderzoekers steeds meer zelf willen claimen, en ze minder ruimte bieden om samen te werken met collega’s van ‘buiten’, legt Wittek uit. "De afgelopen jaren zijn er veel onderzoeksscholen afgeschaft, en zijn er lokale graduate schools voor in de plaats gekomen."

Rankings zijn hype

Universiteiten worden in toenemende mate geleid als bedrijven, stelt Wittek. "Ieder voor zich proberen ze topinstituten op te zetten en meten ze hun succes af aan het aantal publicaties dat ‘hun’ onderzoekers weten te halen. Immers: hoe meer publicaties, hoe hoger de universiteit zal eindigen in internationale ranglijsten." Maar het kwantificeren is doorgeschoten, vindt Wittek. "Rankings als indicator van kwaliteit zijn een hype. Het is een bestuurlijke reflex om daar achteraan te lopen, en uiteindelijk is de kwaliteit van onderzoek er niet bij gebaat. Want onderzoekers die voortdurend moeten scoren, gaan niet achter grote vragen aan, maar vullen een beperkte onderzoeksagenda in."

Marktwerking is vergissing

Laat onderzoekers zelf bedenken met wie ze willen samenwerken en reken ze niet zo strikt af op het aantal publicaties dat ze weten te halen, zo luidt het pleidooi van Wittek. "Als een onderzoeker denkt dat een collega in Utrecht, Japan of de VS hem kan helpen zijn vraag te beantwoorden, dan moet hij die samenwerking vooral kunnen aangaan." Voor verminderde efficiency is de hoogleraar niet bang. "Natuurlijk, er moet een scherpe kwaliteitscontrole blijven, maar daar kan een instituut als de KNAW prima voor zorgen. Echt, het idee van marktwerking in de wetenschap is een vergissing. Erkenning door kritische collega’s is een waanzinnig sterke motor, meer incentives hebben onderzoekers niet nodig."