Ongeveer 25 jonge bètaonderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen brengen voortaan een deel van hun werktijd voor de klas door. Na de herfstvakantie gaan de eerste onderzoekers les geven in hun vak aan havo- en vwo-leerlingen. De komende jaren leveren de promovendi (en enkele postdocs) zo hun bijdrage aan de vernieuwing van het bètaonderwijs op […]
Ongeveer 25 jonge bètaonderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen brengen voortaan een deel van hun werktijd voor de klas door. Na de herfstvakantie gaan de eerste onderzoekers les geven in hun vak aan havo- en vwo-leerlingen. De komende jaren leveren de promovendi (en enkele postdocs) zo hun bijdrage aan de vernieuwing van het bètaonderwijs op middelbare scholen. Die hopen dat de jonge onderzoekers zó gegrepen worden door het vak van leraar, dat zij na hun promotie als eerstegraads leraar mét onderzoekservaring aan de slag gaan in het voortgezet onderwijs.
25 junioronderzoekers (onderzoekers die bezig zijn met hun proefschrift) en enkele postdocs (gepromoveerde onderzoekers) van de bètafaculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen doen mee aan het onderwijsstimuleringsproject. De onderzoekers vormen teams van ten minste vijf wetenschappers, uit de disciplines wiskunde, informatica, natuurkunde, scheikunde en biologie. Elk team gaat aan de slag bij een cluster van ongeveer vijf scholen. De onderzoekers gaan leerlingen begeleiden bij het maken van profielwerkstukken en onderdelen in de les verzorgen. Momenteel bespreekt het eerste team een plan van aanpak met ‘hun’ vakdocenten op de scholen; het is de bedoeling dat ze zo snel mogelijk na de herfstvakantie aan het werk gaan.
Een grote logistieke puzzel, beaamt projectleider Bas Bauland van de Radboud Universiteit. Want het is niet de bedoeling dat de teams eenmalig, voor bijvoorbeeld slechts één week worden ingezet, maar dat de samenwerking langdurig is. Gemiddeld zullen de junioronderzoekers de komende jaren anderhalve dag in de week van hun onderzoekstijd gaan spenderen aan dit project. Dat betekent dat ze al met al wat langer over hun promotie mogen doen. De exacte invulling van hun takenpakket komt tot stand in nauw overleg met de betrokken vakdocenten.
Goed voor de leraar, goed voor de onderzoekers
Het onderwijsproject dient verschillende doelen:
1. Middelbare scholen willen met hulp van jonge, up-to-date geïnformeerde onderzoekers hun bètaonderwijs inhoudelijk vernieuwen (dit geldt ook voor nieuwe vakken als wiskunde D en Natuur, Leven en Technologie) en op een hoger niveau brengen. Bijscholing van docenten uit het voortgezet onderwijs, gericht op inhoudelijke vernieuwing, en masterclasses voor geselecteerde leerlingen maken ook deel uit van het project.
2. Middelbare scholen willen daarnaast graag structureel meer universitair opgeleide docenten voor de klas. Eerstegraders met onderzoekservaring – dat is helemaal mooi.
Junioronderzoekers maken tijdens hun promotietraject kennis met het leraarschap. Daardoor is de kans groter dat ze na hun promotie voor een loopbaan in het onderwijs kiezen.
Junioronderzoekers zijn, mede door hun jonge leeftijd, mogelijk interessante rolmodellen voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ze kunnen jongeren motiveren om ook een bètastudie te kiezen.
Betrokken partijen
Het project is het Nijmeegse antwoord op een vraag van het Platform Bèta Techniek aan alle Nederlandse bètafaculteiten om plannen te ontwikkelen om wetenschappers voor de klas te brengen. Inmiddels bereiden ook de universiteiten van Amsterdam, Groningen en Utrecht vergelijkbare initiatieven voor.
Het Platform Bèta Techniek draagt ook financieel bij, met een subsidie van 1,3 miljoen – ongeveer een derde van de kosten. Een vergelijkbaar bedrag wordt betaald door de Radboud Universiteit zelf. Ook de deelnemende scholen in de regio (momenteel rond de dertig) en de Hogeschool Arnhem Nijmegen dragen een derde deel bij. Het grootste deel van de kosten gaat naar de ‘contractverlenging’ van de junioronderzoekers.
Het Instituut voor Leraar en School (ILS) van de Radboud Universiteit zorgt voor de didactische begeleiding van de leraren in spe. Ook de Faculteit Techniek van de Hogeschool Arnhem Nijmegen is bij dit project betrokken. Docenten van de Hogeschool draaien mee in de wetenschapsteams en zullen mede op grond van hun technische deskundigheid een deel van de inhoudelijke vernieuwing van het bètaonderwijs voor hun rekening nemen.
Met de meeste deelnemende scholen hebben de Nijmeegse bètafaculteit en de techniekfaculteit van de HAN al contact: een aantal vakdocenten die bij dit project betrokken zijn, zijn ook regelmatig te gast op de universiteit of de HAN, zijn tutor voor eerstejaars studenten op de universiteit of participeren in samenwerkingsprojecten.