RVS monsternamemiddelen afval- en oppervlaktewater toestaan

Twee normontwerpen voor NEN 6600-1 en NEN 6600-2 voor de monsterneming van afvalwater respectievelijk oppervlaktewater komen eind juni 2007 ter kritiek.  Dit zijn revisies van de eerste druk uit 2002. De kritiektermijn loopt tot 1 oktober 2007. Na een aantal jaren van ervaring in de praktijk hebben de gebruikers geconstateerd dat aanpassing van de normtekst op […]

Twee normontwerpen voor NEN 6600-1 en NEN 6600-2 voor de monsterneming van afvalwater respectievelijk oppervlaktewater komen eind juni 2007 ter kritiek.  Dit zijn revisies van de eerste druk uit 2002. De kritiektermijn loopt tot 1 oktober 2007. Na een aantal jaren van ervaring in de praktijk hebben de gebruikers geconstateerd dat aanpassing van de normtekst op een aantal punten wenselijk is. Een van de punten is dat de huidige normen uit 2002 strikte eisen stellen aan de materiaalkeuze voor de bemonsteringshulpmiddelen, afhankelijk van de te meten parameters: rvs voor het onderzoek naar organische verbindingen en polyetheen (PE) voor onderzoek naar metalen. Bij onderzoek op metalen én organische verbindingen, was het dus nodig met twee typen bemonsteringshulpmiddelen te werken. In 2006 heeft Waterschap Rivierenland een onderzoek uitgevoerd naar de materiaalkeuze van bemonsteringshulpmiddelen. Daaruit kon worden geconcludeerd dat RVS hulpmiddelen nauwelijks metalen absorberen of afgeven. De normcommissie heeft daarop besloten het gebruik van RVS hulpmiddelen voor alle te meten parameters voortaan toe te staan. Beide normen zijn ook technisch en redactioneel aangepast, en onnodige verschillen tussen beide normen zijn gelijkgetrokken.

www.nen.nl