De academische jaaropeningen staan weer voor de deur. Traditioneel het moment voor bespiegelingen over de stand van de universiteit. De promotie van bedrijfskundige Laura Berger, op 3 september op de Radboud Universiteit sluit daarbij aan. Zij keek naar de samenwerking tussen universiteiten en de technologische industrie.
Berger volgde enkele samenwerkingsprojecten tussen de drie Nederlandse technische universiteiten en technologische bedrijven op de voet en interviewde betrokkenen. Ze keek hoe wetenschappers, industrievertegenwoordigers en subsidieverstrekker STW netwerkrelaties met elkaar bouwen om tot innovatie te komen.
Belangenspel
Een belangrijk aspect bij dit soort samenwerking is de balans tussen onafhankelijk onderzoek en het toepassen van de kennis voor commercieel gebruik. Berger bekeek dit vanuit een machtsvraagstuk. "Ze zitten in een bijzondere arena met elkaar. Het is een belangenspel dat soms de ene kant opvalt en soms de andere kant. Universiteiten willen andere doelen bereiken dan de industrie. De wetenschappers willen vooral kennis vergaren, de industrie wil met name hun producten verbeteren."
In enkele gevallen zag Berger zelf de macht van de industrie: ‘Bij één project wilden de wetenschappers nieuwe bedrijven bij het project betrekken, maar de industrie wilde dat niet: zij wilde geen pottenkijkers die konden profiteren van de resultaten, dus ging het niet door". Ook zag ze de andere kant van de medaille. "Soms zijn er wetenschappers die heel duidelijk
Secretaresse?
Berger keek ook heel nadrukkelijk naar de specifieke rollen die wetenschappers en ondernemers binnen de samenwerking vervulden. Zo keek ze bijvoorbeeld hoe gender een rol speelt in een door mannen gedomineerde wereld. " Ik werd zelf gevraagd bij een kennismaking of ik de secretaresse was en vrouwelijke projectleiders zijn nog altijd zeldzaam in de sector."
Balans bewaken
Berger geeft enkele handreikingen waarbij partijen kunnen uitzoeken wie er eigenlijk aan de touwtjes trekt. "Vraag je dingen af als: Wie is de projectaanvrager en -voorzitter? Wie neemt er in het project het voortouw: de wetenschappers of de industrie? Hoe zit de agenda van de projectvergadering in elkaar? Wanneer is het project een succes en wie bepaalt dat?"
De toenemende nadruk op valorisatie en input van buitenaf vraagt volgens Berger om reflectie op wat we verstaan onder een ‘goede wetenschapper’. "We moeten op zoek naar een nieuwe balans tussen wetenschappelijke kwaliteit en praktisch nut."