Het Europees Parlement stemt in met de oprichting, per 1 januari 2008, van een Europees Technologie-Instituut (EIT). Het EIT mag de reeds bestaande Europese onderzoeksprogramma’s niet doubleren. Het EIT moet de Europese variant worden van het Massachusetts Institute of Technology. Het Parlement begint met het wijzigen van de naam van het instituut in Europees Instituut […]
Het Europees Parlement stemt in met de oprichting, per 1 januari 2008, van een Europees Technologie-Instituut (EIT). Het EIT mag de reeds bestaande Europese onderzoeksprogramma’s niet doubleren. Het EIT moet de Europese variant worden van het Massachusetts Institute of Technology.
Het Parlement begint met het wijzigen van de naam van het instituut in Europees Instituut voor Innovatie en Technologie, omdat innovatie volgens het EP het belangrijkste terrein is dat het instituut moet bestrijken. Verder bepaalt het Parlement dat tot de taken van het instituut ondermeer dienen te behoren:
> te trachten een orgaan van wereldformaat te worden als het gaat om uitmuntendheid in innovatie, hoger onderwijs en onderzoek;
> te zorgen voor complementariteit tussen EIT-activiteiten en andere communautaire programma’s.
Het EIT zal worden geleid door een raad van bestuur van 21 benoemde leden die een ambtstermijn van zes jaar zullen krijgen. Deze termijn kan niet worden verlengd. De bestuursleden moeten door de Europese Commissie worden benoemd volgens een transparante procedure die verslaglegging over het selectieproces aan het EP en de Raad omvat. De raad van bestuur dient te bestaan uit personen met ervaring in het bedrijfsleven en een evenredig aantal leden met ervaring op het gebied van hoger onderwijs en leden met onderzoekservaring. Tevens moeten er leden worden gekozen door en uit het personeel dat werkzaam is op het gebied van innovatie, onderzoek en onderwijs, het technisch en administratief personeel en de studenten en promovendi van het EIT en de zogenaamde kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s).
Partnerschappen
De KIG’s zijn opgezet als partnerschappen waarin teams afkomstig van universiteiten, onderzoekorganisaties en het bedrijfsleven samenwerken om een strategisch belangrijk onderwerp in een interdisciplinair gebied aan te pakken. Zij zullen alle operationele activiteiten van het EIT uitvoeren.
Het Parlement bepaalt dat het EIT en de KIG’s onder andere worden gefinancierd met:
> bijdragen van ondernemingen of particuliere organisaties, bij voorkeur van bedrijven die deelnemen aan de KIG;
> bijdragen uit de algemene begroting van de EU, alsmede uit niet-bestede kredieten die anders aan de lidstaten zouden worden teruggegeven;
> inkomsten uit de eigen werkzaamheden en resultaten, met inbegrip van vergoedingen uit intellectuele-eigendomsrechten.
Vooral het laatste punt, de mogelijkheid voor het EIT om in zijn eigen financiering te voorzien, is belangrijk voor het EP dat vreest dat de financiering van het EIT ten koste kan gaan van de bestaande onderzoeksprogramma’s, zoals het Zevende kaderprogramma voor onderzoek. Het Parlement herinnert eraan dat, nadat overeenstemming was bereikt over de financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013, de financiële bijdrage aan het Zevende kaderprogramma voor onderzoek ten opzichte van het Commissievoorstel met 30% werd verlaagd. Het budget voor het programma concurrentievermogen en innovatie werd eveneens verlaagd, en wel met 24%.
Daarom neemt het EP een amendement aan dat bepaalt dat, ingeval de KIG’s of hun partnerorganisaties rechtstreeks steun van communautaire programma’s aanvragen, de Europese Commissie erop toe zal zien dat deze aanvragen niet zullen worden bevoordeeld ten nadele van andere programma’s. Bovendien zullen bijdragen uit het kaderprogramma voor onderzoek, het programma voor concurrentievermogen en innovatie en het programma voor levenslang leren niet mogen worden gebruikt om de kosten van inrichting en functioneren die rechtstreeks met het EIT of de KIG’s verband houden, te dekken.
Afhankelijk van goedkeuring
Het Parlement maakt de toekenning van € 308,7 mln voor de periode van zes jaar na 1 januari 2008 voor het EIT afhankelijk van goedkeuring door de begrotingsautoriteit (Raad en Parlement). Volgens het EP is de verenigbaarheid van het voorstel met de plafonds van het financieel meerjarenkader namelijk niet verzekerd. Het Parlement verzoekt de Raad daarom onderhandelingen aan te gaan met het EP over de financiering.
Ten slotte bepaalt het Parlement dat de Commissie uiterlijk op 31 december 2010 en daarna elke zeven jaar aan het Parlement en de Raad verslag moet uitbrengen over de tenuitvoerlegging van onderhavige verordening en het functioneren van het EIT. Deze evaluatie betreft met name de toegevoegde waarde van het EIT, de complementariteit met bestaande nationale en communautaire instrumenten ter ondersteuning van innovatie, onderzoek en onderwijs, alsmede de verwezenlijking van de doelstellingen.