Van technisch dromen naar maatschappelijk doen

Nieuwe technologieën zijn voor sommigen een uitkomst, voor anderen een bedreiging. Overheden moeten daar rekening mee houden, stelt het Rathenau Instituut. ‘Ze moeten zowel innovatie stimuleren als kwetsbare groepen in de samenleving beschermen.’ Onlangs publiceerde het instituut een longread over hoe dat kan.

Veel wetenschappers, ondernemers en beleidsmakers geloven in de technologische droom. Die gaat als volgt: technologie bepaalt hoe onze maatschappij zich ontwikkelt > de technologie is niet te stoppen en niet te sturen > maar dat is geen probleem omdat mensen met nieuwe technologie dingen beter kunnen doen dan met oude > daarom leidt technologische vooruitgang vanzelf tot maatschappelijke vooruitgang > de wetenschappers en bedrijven zorgen voor de ontwikkeling van technologie > overheden dienen technische innovatie te stimuleren en eventuele negatieve maatschappelijke effecten van technologie te verzachten.

Kortom: technologie moet, en technologie doet ons goed. Er zijn allerlei redenen waarom dit droombeeld populair is.

  1. Ten eerste wordt dit verhaal voortdurend naar voren gebracht door wetenschappers, bedrijven en politici. Dit discours levert hen namelijk veel subsidie, status en vrijheid op. Veel mensen gaan mee in dit verhaal omdat ze weinig verstand hebben van technologie en innovatie, maar ook omdat het een heel hoopvol verhaal is; ‘nieuwe kennis leidt tot de uitroeiing van kanker binnen tien jaar’ of ‘nieuwe duurzame technologie lost het klimaatprobleem op’.
  2. Daarnaast is technologie zowel praktisch als ‘magisch’. Denk aan antibiotica, de ledlamp of de Google-zoekmachine.
  3. Ten slotte zijn de indirecte effecten vaak veel lastiger te duiden en openbaren deze zich pas veel later.

Het artikel op rathenau.nl laat zien dat de werkelijkheid van technologie weerbarstiger is.