Wanneer een werkgever veiligheidshandschoenen ter beschikking stelt aan zijn werknemers, moet hij/zij daarbij wel op letten dat het juiste type handschoen voor de werkzaamheden wordt gebruikt. In de hieronder beschreven rechtszaak werd de werkgever aansprakelijk gesteld voor een ongeluk van zijn werknemer omdat er te lichte handschoenen waren gebruikt.
Een werknemer raakt gewond bij het slopen van een woning. Hij draagt wel veiligheidshandschoenen die door zijn werkgever zijn verstrekt maar doordat een tegelrand door zijn handschoen heen dringt raakt hij gewond aan zijn hand.
De wond raakt geïnfecteerd. Er ontstaat dystrofie dat zich uiteindelijk over het hele lichaam verspreidt waardoor de man in een rolstoel terecht komt en volledig arbeidsongeschikt raakt.
Handschoenen
De gebruikte veiligheidshandschoenen waren van North en van Showa. De North NF14HD
handschoen scoort 2 uit 5 op snijweerstand en 1 uit 4 op penetratieweerstand. De Showa 310 Grip scoort 1 uit 5 scoort op snijbestendigheid en 2 op 4 op perforatiebestendigheid.
De door de rechtbank benoemde deskundige geeft aan dat er ten tijde van het ongeluk (2009) handschoenen van hetzelfde merk in de handel waren die meer bescherming boden dan de gebruikte handschoen zonder dat de veiligheid van het werken ermee onaanvaardbaar werd belemmerd.
De deskundige doelt op handschoenen met een snijbestendigheid van klasse 3 en hoger. Deze zijn drie keer zo duur als de gebruikte handschoenen.
Verweer werkgever
De werkgever voert ondermeer aan dat dergelijke specifieke typen handschoenen andere nadelen hebben, zoals een verminderde grip op het werk, waardoor juist extra veiligheidsrisico’s ontstaan. Ook is het bezwaarlijk om handschoenen beschikbaar te stellen die een hogere snijweerstand hebben, omdat de door de deskundige genoemde handschoenen drie keer zo duur zijn en op jaarbasis gaat dit om honderden/duizenden euro’s extra.
Ook in Hoger Beroep wordt de werkgever in het ongelijk gesteld.


