Voortschrijdend complex en eigenlijk toch ook weer niet

Ruim tien jaar geleden kwam de algemeen directeur van National Instruments in België en Nederland, Rudy van Gompel, met het idee om ‘NI Days’ te organiseren. Inmiddels zijn deze dagen een wereldwijd fenomeen verspreid over 55 locaties in 2006 en 2007.

Ruim tien jaar geleden kwam de algemeen directeur van National Instruments in België en Nederland, Rudy van Gompel, met het idee om ‘NI Days’ te organiseren. Inmiddels zijn deze dagen een wereldwijd fenomeen verspreid over 55 locaties in 2006 en 2007. Waaraan ligt de voortschrijdende populariteit van deze bijeenkomsten?

door: Robert van der Zwan


Dave Wilson, international marketing director van NI vanuit Austin Texas, geeft aan dat internet als communicatiemiddel ontzettend veel vermag. Internet gaat qua ‘outlet’ voor NI eigenlijk gelijk op met de NIDays en dat bovendien in min of meer dezelfde periode: vanaf 1995. Sindsdien nemen de technische mogelijkheden van het web alleen maar toe. Je kunt tegenwoordig zelfs productvideo’s of animaties zonder problemen op het net zetten. Waarom zijn de NIDays dan toch niet meer weg te denken bij NI?

Geestdrift van mens-tot-mens
Wilson zoekt het antwoord in de techniek en toch ook weer niet. Via een site of via een prachtig uitgevoerde virtuele ‘hard copy’-catalogus kun je de geestdrift van mens-tot-mens niet overbrengen. Wilson bereist de hele wereld, komt op veel NIDays en proeft die geestdrift nadrukkelijk. Hij merkt dat “mensen op de NIDays gepassioneerd zijn over technologie. Ze brengen het met zich mee of het ontstaat spontaan. En die energie, die begeestering geef je op zo’n dag door”.

Dave Wilson, international marketing director van National Instruments: “Mensen op de NIDays zijn gepassioneerd over technologie. Ze brengen het met zich mee of het ontstaat spontaan.”

Domeinspecifieke kennis is de kurk waarop NI drijft, blijkt uit zijn woorden en de woorden van zijn Nederlande evenknie Remco Krul. De elektronicus heeft verstand van halfgeleiders, de chemisch ingenieur van de procesindustrie en de informaticus van datacommunicatie. Allemaal moeten ze testen en meten en daar horen steeds “the fundamentals” van testen en meten bij (Wilson). De domeinexperts koppelen die elementaire basiskennis aan hun eigen domeinkennis. Maar ze hoeven zich niet extra te verdiepen in testen en meten. NI zorgt ervoor, bijvoorbeeld via LabVIEW, dat intuïtieve blokdiagrammen en flowcharts het werk doen. Vervolgens kunnen de domeinexperts hun eigen vertrouwde user interface opzetten. Mannen en vrouwen raken enthousiast: ze kunnen meer terwijl ze toch in hun eigen wereld blijven. Dat enthousiasme werkt aanstekelijk en opent verdere deuren. Zie daar de toegevoegde waarde van de NIDays.

Niet afdwalen
Daarmee willen Wilson en Krul ook zeggen dat een natuurkundige zich niet van de wijs hoeft te laten brengen door een bedrijf dat 16 procent van zijn inkomsten investeert in R&D en praktisch elke dag een nieuw product introduceert. Steeds zal deze hardware of software de bestaande domeinkennis ondersteunen. Dat is verder geen discussie. De T&M-mogelijkheden nemen toe, de daaraan gerelateerde tijd niet of juist niet. Wilson: “Je wilt niet afdwalen door je bezig te moeten houden met T&M als zodanig. Maar je wilt natuurlijk ook geen gat in de aansluiting met wat er in je vakgebied gebeurt.”

Remco Krul, marketing manager van National Instruments Northern Region: “Je zult zien: met onze handleiding kom je ver binnen een uur.”

Naarmate de variatie in producten toeneemt, wordt het gevaar dat de vaste grond onder de voeten verdwijnt echter wel wat groter. Dat is volgens Krul de reden dat de 2007-editie van NIDays een enigszins modulaire opzet krijgt. De modules zijn in feite afbakeningen om de bezoeker enige indeling en daarmee houvast te geven. De modules zijn: ‘Trends in data-acquisitie’, ‘Tools in Test’, ‘Nieuwe technologieën bij meten en automatiseren’ en ‘Software interfaces’. Binnen deze modules komen voor het eerst ‘Try It Yourself’-sessies voor: bezoekers kunnen zelf binnen één, anderhalf uur een touch panel programmeren, draadloze communicatie voor videobroadcasting (DVB) testen of heel snel acquisitiedata over highspeed USB ‘streamen’ of… In totaal zijn er zeven van deze testopstellingen. Krul: “Bij die sessies is altijd iemand van ons aanwezig voor een nadere toelichting. Maar je zult zien: met onze handleiding kom je ver binnen een uur.” De testopstellingen bevinden zich in de centrale expositiezaal, temidden van de standhouders op de tentoonstellingsvloer. Die standhouders knipogen met hun eigen opstellingen ook naar NI. JTAG doet dat bijvoorbeeld met een integratie van LabVIEW in hun boundary-scanapparatuur voor PCB’s.

Embedded
Een ander centraal onderdeel blijven de presentaties van gebruikers. Dit jaar valt op dat er een trend is om de grafische ontwikkelomgeving van een product als LabVIEW ook in te zetten voor toepassingen die enigszins van testen en meten losraken en meer de kant van ‘embedded’ opgaan. LabVIEW blijkt bijvoorbeeld goed bruikbaar om heel compact code in een FPGA te zetten (de presentatie van Wiebe Walstra van Carya, Delft) of een eigen user interface op te zetten die compilercapaciteit impliceert (Kurt Hensen van ES International, Hasselt België). Er loopt langzaam een lijn van ‘test and measurement’ naar ‘designing’. Krul: “De meeste ontwerpingenieurs zijn al nauw betrokken bij T&M. Voor hen is het geen grote stap om met de bestaande tools bijvoorbeeld een klantspecifiek communicatieprotocol te implementeren.” Dave Wilson zal er graag nader op ingaan tijdens zijn ‘key note speech’ op 17 april (Utrecht) en 19 april (Diegem).