VS-rechter stelt uitspraak uit in zaak Rose Research tegen IMEC

Het Dallas County District Court heeft de hoorzitting voor de uitspraak over de aanklacht door de aandeelhouders van Rose Research, een investeringsbedrijf in Texas (Verenigde Staten) met roots in België, tegen o.a. het Leuvense onderzoekscentrum IMEC uitgesteld tot 11 juni. De hoorzitting, die een eerder verdict van de jury op 20 maart zou moeten bekrachtigen, […]

Het Dallas County District Court heeft de hoorzitting voor de uitspraak over de aanklacht door de aandeelhouders van Rose Research, een investeringsbedrijf in Texas (Verenigde Staten) met roots in België, tegen o.a. het Leuvense onderzoekscentrum IMEC uitgesteld tot 11 juni. De hoorzitting, die een eerder verdict van de jury op 20 maart zou moeten bekrachtigen, was gepland voor vrijdag 25 mei. De aanklagers legden pas op woensdag 23 mei de documenten voor hun pleidooi neer. Hierdoor had de rechter onvoldoende voorbereidingstijd waardoor hij genoodzaakt was de hoorzitting uit te stellen.

Eind 2003 werd IMEC door de aandeelhouders van Rose Research gedagvaard voor de Texaanse rechtbank. In 1996 verstrekte IMEC een licentie aan Rose Research voor het commercialiseren van resultaten uit een onderzoekssamenwerking tussen de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en IMEC. De licentie werd gegeven zonder enige garantie op industrialiseerbaarheid van de technologie, aangezien productontwikkeling de taak is van de industriële partner. Rose Research moest enkel een vergoeding betalen voor de licentie als ze erin slaagden de technologie succesvol te commercialiseren. De technologie die IMEC in licentie gaf, was maar een onderdeel van de technologie die Rose Research op de markt probeerde te brengen. In de periode 1997-2001 bleek door een aantal omstandigheden en helemaal buiten de controle van IMEC dat de commercialisering van de technologie moeilijk liep. Hiervoor trachten de aandeelhouders van Rose Research het management van Rose Research verantwoordelijk te stellen. Rose Research werd toen geleid door de heer Y. Darius (CEO) en professor R. Vounckx (CTO). Naast zijn functie als CTO van Rose Research en professor aan de VUB was Vounckx ook medeverantwoordelijk voor de wetenschappelijke invulling van de samenwerking tussen IMEC en de VUB. De aandeelhouders van Rose Research stellen nu dat het onduidelijk was vanuit welke hoedanigheid professor Vounckx handelde. Daardoor hebben ze geoordeeld dat IMEC verantwoordelijk is voor de onvoldoende opbrengst van de technologie.

Op 20 maart 2007 verwierp de volksjury de aanklacht dat IMEC verantwoordelijk is voor schade die de aandeelhouders van Rose Research zouden opgelopen hebben. De jury oordeelde dat IMEC mogelijks onvoldoende duidelijk was geweest in de voorstelling van zijn relatie met de VUB. Maar de jury heeft ook uitdrukkelijk geoordeeld dat deze nalatigheid geen schade kan hebben berokkend aan de aandeelhouders van Rose Research. IMEC is blij met het oordeel van de volksjury en hoopt dat de rechter deze uitspraak snel zal bekrachtigen in een vonnis. In het belang van het verloop van de rechtzaak wil IMEC het proces in alle stilte verder laten verlopen en de uitspraak van de rechter afwachten.

www.imec.be