VS-rechter verwerpt schadeclaim tegen IMEC

Het Dallas County District Court heeft beslist dat er geen enkele grond voor schadeclaim was van de aandeelhouders van Rose Research tegen IMEC. Met dit vonnis van de rechter wordt IMEC niet verantwoordelijk gesteld voor het financiële verlies die de aandeelhouders van Rose Research zouden geleden hebben naar aanleiding van het falen van Rose Research […]

Het Dallas County District Court heeft beslist dat er geen enkele grond voor schadeclaim was van de aandeelhouders van Rose Research tegen IMEC. Met dit vonnis van de rechter wordt IMEC niet verantwoordelijk gesteld voor het financiële verlies die de aandeelhouders van Rose Research zouden geleden hebben naar aanleiding van het falen van Rose Research in de commercialisering van een technologie. Sinds eind 2003 liep er een aanklacht ingesteld door de aandeelhouders van Rose Research, een investeringsbedrijf in Texas (Verenigde Staten) met oorsprong in België, tegen o.a. het Leuvense onderzoekscentrum IMEC. De rechter bekrachtigt hiermee het verdict van de volksjury van 20 maart eerder dit jaar.

Business niet gerealiseerd
Eind 2003 werd IMEC door de aandeelhouders van Rose Research gedagvaard voor de Texaanse rechtbank. In 1998 verstrekte IMEC een licentie aan Rose Research voor het commercialiseren van resultaten uit een onderzoekssamenwerking tussen de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en IMEC. De licentie werd, zoals gebruikelijk is bij een onderzoekscentrum als IMEC, gegeven zonder enige garantie op industrialiseerbaarheid van de technologie, aangezien productontwikkeling steeds de taak is van de industriële partner. Rose Research moest enkel een vergoeding betalen voor de licentie als ze erin slaagden de technologie succesvol te commercialiseren. Een dergelijke afspraak is heel kenmerkend voor een ‘win-win’ overeenkomst tussen een onderzoekscentrum en een industriële partner. De technologie die IMEC in licentie gaf, was daarbij maar een van de technologieën die Rose Research op de markt probeerde te brengen, en waarvoor Rose Research met onderzoekers van verschillende universiteiten in de wereld contacten had lopen. In de periode 1997-2001 bleek door een aantal omstandigheden en helemaal buiten de controle van IMEC dat de commercialisering van de technologieën moeilijk liep en dat de verhoopte business niet werd gerealiseerd. Hiervoor trachtten de aandeelhouders van Rose Research op de eerste plaats het management van Rose Research verantwoordelijk te stellen. Rose Research werd toen geleid door de heer Y. Darius (CEO) en professor R. Vounckx (CTO). Naast zijn functie als CTO van Rose Research en hoogleraar aan de VUB ondersteunde professor  Vounckx ook al jaren de wetenschappelijke invulling van de bredere samenwerking tussen IMEC en de VUB. De aandeelhouders van Rose Research stelden dat het onduidelijk was vanuit welke hoedanigheid Vounckx handelde en probeerden zo IMEC verantwoordelijk te maken voor de onvoldoende opbrengst van de technologieën die ze naar de markt wilden brengen.

Aanklacht verworpen
Op 28 juni 2007 heeft de rechter de uitspraak van de jury van 20 maart 2007 bekrachtigd via de opmaak en de ondertekening van het vonnis. De rechter en volksjury verwierpen de aanklacht door te stellen dat IMEC helemaal niet verantwoordelijk is voor schade die de aandeelhouders van Rose Research zouden opgelopen hebben. Ze oordeelden dat IMEC mogelijks onvoldoende duidelijk was geweest in de voorstelling van zijn relatie met de VUB. Maar de rechter en de jury hebben ook uitdrukkelijk geoordeeld dat dit geen schade kan hebben  berokkend aan de aandeelhouders van Rose Research. IMEC wijst er verder op dat de aandeelhouders van Rose Research via hun contacten in België perfect op de hoogte konden zijn geweest van de relatie tussen IMEC en de VUB. IMEC betreurt dan ook dat ze onterecht in deze zaak werd betrokken.