Afgedankte lichtmetalen velgen krijgen in het Verenigd Koninkrijk een tweede leven als onderdeel van nieuwe motorblokken. Toyota gebruikt het teruggewonnen aluminium inmiddels voor motorblokken die worden geproduceerd in de motorenfabriek in Deeside, Noord-Wales. Het is een van de onderdelen van een bredere aanpak waarmee Toyota de fabriek CO₂-neutraal wil laten produceren.

Toyota wint in het Verenigd Koninkrijk aluminium terug uit afgedankte voertuigen. Het gerecyclede aluminium uit lichtmetalen velgen wordt vervolgens opnieuw verwerkt tot motorblokken voor de productie in Deeside. Daarmee blijft het metaal in de productieketen en is minder nieuw materiaal nodig. Volgens Toyota draagt deze circulaire aanpak zowel bij aan een lager gebruik van grondstoffen als aan een lagere CO₂-uitstoot.
De aluminiumrecycling maakt deel uit van een bredere verandering in de fabriek. Toyota Motor Manufacturing UK Deeside is vanaf 1 oktober 2026 gestart met productie die het bedrijf als CO₂-neutraal kwalificeert. Deeside is daarmee volgens Toyota de eerste productielocatie van het concern buiten Japan die deze stap zet.
Afval wordt biomethaan
Een onderdeel van de aanpak staat niet in de fabriek zelf, maar ernaast. Een nieuwe anaerobe vergistingsinstallatie verwerkt jaarlijks ongeveer 180.000 ton afval uit de omgeving van Deeside. Bacteriën breken het organische materiaal af en produceren daarbij biomethaan. Dat wordt via ondergrondse leidingen naar de fabriek gebracht en gebruikt als vervanging voor aardgas. De installatie levert daarnaast elektriciteit aan de fabriek. Toyota verwacht met het vervangen van aardgas door het geproduceerde biomethaan jaarlijks bijna 3.000 ton CO₂-uitstoot te besparen.
De vergistingsinstallatie is een privaat gefinancierd project met een waarde van 329 miljoen euro. De installatie verwerkt afval uit de omgeving en koppelt daarmee een lokale afvalstroom rechtstreeks aan de energievoorziening van de motorenfabriek.
Ook geen afval meer naar de stortplaats
De fabriek gebruikt daarnaast elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en voert volgens Toyota geen afval meer af naar stortplaatsen. Daarmee combineert de fabriek verschillende maatregelen: hernieuwbare elektriciteit, biomethaan als vervanging voor aardgas, afvalverwerking en hergebruik van materialen uit afgedankte voertuigen.
Productie van hybride motoren
De fabriek in Deeside is het Europese productiecentrum voor de 1,8-liter hybride- en benzinemotoren van de Toyota Corolla en Toyota C-HR. Sinds de start van de productie in 1992 zijn er volgens Toyota meer dan zes miljoen motoren gebouwd voor Toyota-fabrieken in Europa en andere delen van de wereld. Deeside was bovendien de eerste Toyota-fabriek buiten Japan die motoren voor hybride aandrijflijnen produceerde.
Toyota wil de aanpak in de komende jaren uitbreiden naar andere productielocaties. Toyota Motor Europe heeft als doel om in 2030 CO₂-neutraal te produceren in al zijn Europese fabrieken. Daarbij kijkt het bedrijf niet naar één technologie, maar naar verschillende manieren om de uitstoot te verminderen, waaronder hernieuwbare energie, waterstof en hernieuwbare brandstoffen.
Certificering volgt in 2027
De term CO₂-neutraal vraagt hierbij wel om enige nuance. Toyota stelt dat Deeside alle technologieën, hernieuwbare energiebronnen en operationele maatregelen heeft ingevoerd die nodig zijn om volgens zijn richtlijnen voor CO₂-neutrale productie te produceren. De prestaties worden vervolgens gemonitord en gevalideerd via de jaarlijkse rapportage van de uitstoot van de locatie.
De volledige certificering volgens ISO 14068 volgt pas in 2027, nadat de fabriek een volledige productiecyclus van twaalf maanden heeft doorlopen. De stap die Toyota nu zet, is daarmee vooral het begin van een volledige meet- en verificatieperiode.
Uitgelichte vacatures
- Monteur Hightech Machinebouw (medior)
Bedrijf: Trymax - Kalibratie Engineer Elektriciteit
Bedrijf: VSL







