‘Design-discipline mist zelfreflectie’

Het ontbreekt veel productontwerpers aan historisch besef en zelfreflectie. Dat stelt Timo de Rijk in zijn intreerede als hoogleraar Design, Culture & Society aan de TU Delft en de Universiteit Leiden. De Rijk sprak zijn rede uit op donderdag 8 mei in de Stadschouwburg van Amsterdam, als onderdeel van het congres What Design Can Do

"De samenleving verwacht tegenwoordig heel veel van de creatieve industrie en van de productontwerper. Maar helaas is de design-discipline in mijn ogen nog niet volwassen. Zo mist design tot op de dag van vandaag een vorm van kritisch debat, zoals dat bijvoorbeeld in de architectuur wél steeds is gevoerd. Een dergelijk debat is nodig om kritisch op de eigen positie te reflecteren’, stelt prof. Timo de Rijk. Een van de elementen van de onvolwassenheid van het vak is volgens De Rijk het gebrek aan historisch besef bij productontwerpers. ‘Ze denken doorgaans dat ze die kennis niet nodig hebben", constateert De Rijk.

Cassetterecorder

‘Binnen het designonderwijs waren het kunstenaarschap (vanwege zijn claim op de avant garde) en het ingenieurschap (vanwege zijn planmatig naderbij te brengen toekomst) lang de aangewezen voorbeelden. Maar deze klassieke rolmodellen voldoen niet meer; de toekomst bleek immers in hoge mate onvoorspelbaar.’ ‘Een mooi historisch voorbeeld daarvan is de cassetterecorder, die zou uitgroeien tot een innovatie die het wereldbeeld bijna letterlijk veranderde.

Philips had het succes bij consumenten echter in het geheel niet voorzien. De recorder was bedoeld als professioneel opnameapparaat voor journalisten en secretaresses, waarna consumenten het zich toe-eigenden en de betekenis en de functie van het apparaat veranderden. De cassetterecorder is volgens De Rijk dus bij uitstek de metafoor voor een toekomst die niet vanuit orde en programmering bleek te kunnen worden vastgelegd, maar steeds opnieuw moest worden geformuleerd en waarbij nieuwe situaties niet kunnen worden ingebed.

Huiver voor de toekomst

"We kennen in onze tijd een huiver voor de toekomst. De toekomst is op zijn best ingeruild voor een wens tot het voorzichtig en vrijblijvend formuleren van een toekomst. Aan de designopleidingen is die omslag overal zichtbaar en voelbaar: het ontwerpen wordt bepleit als het maken van proposities voor de toekomst, die meestal wordt gedefinieerd aan de hand van extrapolatie."

"Welbeschouwd, is extrapolatie een historische methode’, zegt De Rijk, van huis uit kunsthistoricus. ‘Kennis van de toekomst berust dan op de manier en de mate waarin het heden verschilt van het verleden. Hoe de toekomst zich manifesteert, met inbegrip van alle mogelijke onvoorziene gebeurtenissen, wordt voorgesteld in een schematisch en logisch scenario."

What-If

"Een andere manier om de toekomst voor te stellen, is de What-If methode, waarbij gemakkelijker gebruik gemaakt kan worden van onwaarschijnlijkheden. Shell paste dit bijvoorbeeld al vroeg toe en bleek in ieder geval beter dan zijn concurrenten in te kunnen spelen op de voor velen onverwachte energiecrisis van 1973. De cruciale afdelingen van het bedrijf waren al ingericht op permanente verandering."

"Ik zie in een dergelijke exercitie van zelfreflectie ook de belangrijkste bijdrage die de leerstoel Design, Culture & Society aan de ontwerp-wereld kan leveren", vervolgt De Rijk. "De expertise van de opleiding kunstgeschiedenis in Leiden kan om te beginnen voorzien in een hernomen wetenschappelijke bestudering van de historische moderniseringsprocessen en een kritische beschouwing van het ontwerpen en de ontwerper in de wereld. Op zijn beurt zal Leiden zich door de Delftse opleiding een veel beter idee kunnen vormen van de praktijk, de discussies en de ambities in de hedendaagse ontwerpwereld."

www.leidenuniv.nl

www.io.tudelft.nl