Op 20 februari 2020 vond een ongeval plaats in een loods waarbij een werknemer overleed. De rechtbank stelt dat de werkgever niet verantwoordelijk is voor het ontstaan van de gevaarlijke situatie waardoor de werknemer overleed.

De werknemer was in dienst als vrachtwagenchauffeur. Toen één van de overheaddeuren van de loods niet meer dicht ging, heeft hij geprobeerd dit te verhelpen door met een ladder boven de deuropening te klimmen. Hij is hierbij van circa 4,5 meter hoogte naar beneden gevallen en aan zijn verwondingen overleden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat de werkgever niet heeft voldaan aan meerdere bepalingen uit de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit en dat de werkgever redelijkerwijs moest weten dat daardoor levensgevaar of ernstige schade voor haar werknemers te verwachten was.
Standpunt rechtbank
Ongeveer een maand voor het ongeval is er tegen de linker overheaddeur gereden, waardoor deze niet meer goed werkte. Het risico bestond dat de deur bij het gebruik ervan vast zou lopen. De werkgever heeft in de week van het ongeval telefonisch werknemers verzocht om geen gebruik meer te maken van de betreffende overheaddeur. Ook hing er een briefje op de overheaddeuren met een waarschuwing. Volgens een getuige was ook het slachtoffer op de hoogte.
Op de dag van het ongeval heeft het slachtoffer toch de linker overheaddeur geopend om de vrachtwagen in de loods te kunnen rijden. Omdat het slachtoffer en zijn collega op een gegeven moment naar huis wilden en van mening waren dat de deur van de loods niet open kon blijven staan, is het slachtoffer via een ladder boven de deuropening geklommen in een poging om de overheaddeur weer dicht te krijgen. Vervolgens is hij ten val gekomen en aan zijn verwondingen overleden.
De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer niet de opdracht heeft gekregen van zijn werkgever, noch van een ander, om de overheaddeur te repareren. Daarnaast overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat het niet goed functioneren van de overheaddeur een direct risico met zich bracht. De deur kon weliswaar vastlopen, en daardoor niet meer gesloten of verder geopend worden, maar door het vastlopen van de deur was geen levensgevaar of ernstige schade voor haar werknemers te verwachten.
Eigen initiatief
Een gevaarlijke situatie is pas ontstaan toen het slachtoffer op eigen initiatief via een ladder, zonder gebruik te maken van valbescherming, boven de overheaddeur is geklommen in een poging om de overheaddeur weer dicht te krijgen, en niet door het regulier gebruik van een deur die slecht werd onderhouden. Daarmee heeft het slachtoffer – buiten zijn normale werkzaamheden om – zeer gevaarlijk gehandeld. Deze situatie was voor de werkgever niet te voorzien. Naar het oordeel van de rechtbank is, onder deze omstandigheden, geen sprake van handelen of nalaten in strijd met de Arbowetgeving waardoor een situatie in het leven is geroepen waarvan de werkgever wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat daardoor levensgevaar of ernstige gezondheidsschade voor werknemers ontstond of te verwachten was. Derhalve kan het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen. De werkgever moet dan ook worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:4116





Onder de kop ‘Standpunt rechtbank’ staat in de 4e alinea de tekstregel “De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer niet de opdracht heeft gekregen van zijn werknemer, noch…”, enz.
Die werknemer zal zonder twijfel ‘werkgever’ moeten zijn. De chauffeur zelf was werknemer.
Bedankt Pieter voor je opmerking! Ik heb het aangepast.